Paddenstoelen

Naar begin


Oesterzwammen


Shiitake





Substraatbereiding en enten

Kelder

Pergola

Oesterzwammen

Shiitake

Mislukking

Bemap

De Toekomst

Ubbens

van Elderen

Naar boven


Het kweken van lignivore paddenstoelen

Inleiding

Lelley: Eetbare paddestoelen kweken Steineck: Pilze im Garten

Na lezing van het boekje Eetbare paddestoelen kweken(1979) van Jan Lelley en later Pilze im Garten, van Hellmut Steineck (1976) raakte ik ook geïnteresseerd in het kweken van paddenstoelen en in 1981 besloot ik een poging te wagen volgens de methoden zoals beschreven in het boek van Lelley. Het betrof Oesterzwammen (Florida-oesterzwam, Pleurotus florida) op houtblokken, Shiitake (Lentinus edodes) op houten paaltjes en Blauwplaatstropharia's (Stropharia rugosoannulata) op stro.  Ik maakte van deze kweekpogingen uitgebreide aantekeningen. Samengevat: de teelt van de Oesterzwammen en Shiitake op hout werd een succes, die van de Stroparia's mislukte volledig (oorzaak: geen vers broed?). De teelt werd opgezet in april 1981. In oktober 1981 kon ik de eerste Oesterzwammen oogsten en in april 1982 de eerste Shiitake. Ik oogstte tot en met 1984. De opbrengst als percentage van het substraatgewicht bedroeg over de gehele periode ruim 20% voor de Oesterzwammen (boven verwachting) en ruim 10% voor de Shiitake (beneden verwachting).

Deze ervaring bracht mij wel tot de conclusie dat deze manier van kweken van paddenstoelen in een relatief kleine tuin, die je ook nog voor andere doeleinden wil gebruiken, niet zo geschikt is. Bovendien duurt het vrij lang voordat  je opbrengst hebt.

Ook in het telen ontplooi ik dan lange tijd geen activiteiten meer tot vlak na mijn pensioen. In mei 2000 bezoek ik uit pure belangstelling de Champignondagen te Maastricht, een beurs en congres voor mensen die professioneel betrokken zijn bij de paddenstoelenteelt (telers, leveranciers, afnemers, beroepsorganisaties). Daar ontmoet ik Edwin Blaak van het al eerder genoemde  Blaak Specialty Mushroom Consultancy, een adviesbureau voor het kweken van lignivore (houtbewonende) paddenstoelen (dus niet champignons, die op compost gekweekt worden), die mij de zogenaamde "pre-heating"-methode demonstreerde. Ik zag daar wel wat in, ook voor de huisteelt en in juni volgde ik bij hem een eendaagse cursus. Sindsdien ben ik met deze methode, die ik zelf liever de Pre-Heated Wooden Chips (PHWC) methode noem, aan de slag gegaan.

Ik beperk mij nu verder tot de PHWC-methode en tot het telen van Oesterzwammen en Shiitake, waarmee ik ervaring heb opgedaan. Voor het telen van paddenstoelen op houtblokken of -paaltjes  is goede literatuur beschikbaar (zie Literatuur).

De PHWC-methode

Het principe van de PHWC-methode is dat de basisgrondstof bestaat uit houtsnippers of houtsnips (loofhout: eik, beuk) die een warmtebehandeling hebben ondergaan (verhitting gedurende korte tijd op hoge temperatuur). Dit maakt de snips zeer "schoon" (vrij van schimmels en andere organismen). De te kweken zwam zal daardoor straks weinig concurrentie te duchten hebben. Deze snips, die een zeer constante kwaliteit hebben, worden vooral gebruikt bij het roken van vlees en vis.

Enkele definities

  • Teelt: het op kunstmatige wijze en onder bepaalde (klimatologische) omstandigheden (temperatuur, relatieve vochtigheid, CO2-gehalte, lichtintensiteit) laten groeien van paddenstoelen op een hiervoor geschikt substraat.

  • Substraat: de voedingsbodem voor het mycelium van de te telen paddenstoel. Voor de PHWC-methode bestaat het uit houtsnips waaraan is toegevoegd agra-vermiculiet, vormgips (zie ook de paragraaf Benodigde materialen hieronder) en water. 

  • Broed: wordt verkregen door het onder steriele omstandigheden laten ingroeien van mycelium op een rijke voedingsbodem, veelal graan- of andere zaadkorrels. Het zelf maken van broed is niet onmogelijk maar wel moeilijk, met een grote kans op mislukkingen. Ik heb tot nu toe het broed betrokken van het in de productie hiervan gespecialiseerde bedrijf Mycelia (Gent, België) via de hierboven genoemde firma Blaak. Er kan broed worden geleverd voor diverse soorten paddenstoelen. Broed kan, na levering, een paar dagen in de koelkast wordt bewaard, maar het beste is toch het zo snel mogelijk te verwerken.

Teeltfasen

  • Substraatbereiding: de bereiding van het substraat. Eerst worden de snips, de agra-vermiculiet en de vormgips met elkaar gemend (zie recept). Dit kan met de hand in een speciebak, maar bij grotere hoeveelheden, kan ook een betonmolen worden gebruikt waaruit de schoepen zijn verwijderd en waarvan de binnenwand is geverfd.

  • Enten: het door het substraat heen mengen van een bepaalde hoeveelheid broed (zie recept), zodanig dat het goed verdeeld wordt. Bij de PHWC-methode wordt in feite een overmatige hoeveelheid broed toegepast. Hier dient het broed tevens als voeding. Vervolgens wordt een bepaalde hoeveelheid water toegevoegd (zie recept) en wordt er wederom gemend tot een geheel natte massa ontstaat. Dit natte mengsel wordt in microgeperforeerde plastic zakken geschept die worden afgesloten d.m.v. een metalen sluiting met lusjes. Ik werk tegenwoordig, vanwege de hanteerbaarheid, met zakken die niet zwaarder worden dan 5-7 kg (hoewel grotere zakken, b.v. 15 kg, eigenlijk beter zijn omdat ze niet zo snel uitdrogen).

  • Doorgroeifase: de plastic zakken worden opgehangen in een ruimte waarin (bij voorkeur) omstandigheden als temperatuur, relatieve vochtigheid, CO2-gehalte en lichtintensiteit, geregeld kunnen worden. 

    De ideale omstandigheden zijn:

    • Temperatuur in de zakken: < 25 oC.
    • Omgevingstemperatuur: 18-20 oC.
    • Relatieve luchtvochtigheid: 90%.
    • Tijdens deze fase wordt door de zakken CO2 geproduceerd dat door de gaatjes in de zakken ontsnapt. Het CO2-gehalte moet beneden de  2500 ppm blijven.
    • Lichtintensiteit: Voor Oesterzwammen niet relevant. Voor Shiitake ca. 4 weken in donker, daarna ca. 5 weken in (zwak) licht.

    Het mycelium zal zich nu in het substraat vermeerderen. Al na een paar dagen is te zien hoe het mycelium in het substraat begint uit te groeien. De zakken met Oesterzwammen worden geheel wit. De Shiitake-zakken verkleuren geheel bruin.

    De doorgroeifase eindigt

    • voor de Oesterzwammen, als zich onder het plastic knoppen (primordiën) van de vruchtlichamen gaan vormen. Dit gebeurt na ca. 6 weken.
    • voor de Shiitake, als de zakken egaal bruin verkleurd zijn. Dit is na ca. 9 weken het geval.

  • Groei- en oogstfase: de fase waarin de knoppen uitgroeien tot oogstbare vruchtlichamen. Ook hier moet onderscheid worden gemaakt:
    • Oesterzwammen: op de plaatsen waar zich knoppen willen vormen worden met een scherp mesje kleine ^-vormige sneetjes in het plastic gemaakt, waardoor de vruchtlichamen naar buiten kunnen komen.
    • Shiitake: het plastic wordt geheel verwijderd en de zakken worden opgehangen door middel van 3 touwtjes die onder en boven het substraat worden vastgeknoopt. Voor de knopvorming is lucht en licht nodig.

    De ideale omstandigheden in deze fase zijn:
    • Temperatuur: 18 oC.
    • Luchtvochtigheid: 90%.
    • CO2-gehalte: 1300 ppm.

    In een periode van ca. 2 weken komen nu de vruchtlichamen tot ontwikkeling die kunnen worden geoogst. Dit gebeurt door de vruchtlichamen in een voorzichtige, draaiende beweging af te breken. Dit is de eerste vlucht.

    Bij de Oesterzwammen zullen, zonder dat speciale maatregelen nodig zijn, ook nog een tweede en derde vlucht volgen met een sterk afnemende opbrengst. Hier zitten steeds enkele weken tussen. Na de derde vlucht zijn de zakken uitgeput en zullen geen opbrengst meer geven.

    Bij de Shiitake is wel actie nodig. Als de eerste vlucht is geoogst, wordt de zakken een week rust gegund om te regenereren, hetgeen inhoudt dat het substraat herstelt en weer voedsel vrijmaakt voor een volgende vlucht. Na deze  rustperiode moeten de zakken gedompeld worden, d.w.z. dat zij voor een periode van 24 uur geheel onder water moeten worden gehouden. Door dit dompelen nemen de zakken weer vocht op en krijgen zij ook weer een prikkel om opnieuw knoppen te vormen. Nadat de zakken weer zijn opgehangen zal een volgende vlucht tot ontwikkeling komen. Ook nu zijn de zakken na drie vluchten uitgeput. 

    Let wel, als er vruchtlichamen worden gevormd, komen er ook miljarden sporen vrij. Sommige mensen zijn allergisch voor dit sporenstof.

Het recept

Uitgaande van één zak broed van 5 liter kunnen 4 zakken van 5 kg en 2 van 6,7 kg worden gemaakt. Voor de verwerking ga ik uit van de hoeveelheden in kolom 25%. Dit zijn, vooral voor het mengen met de hand, hanteerbare hoeveelheden. Voor het vullen van de in totaal 6 zakken, moeten dus 4 porties worden aangemaakt. 

Bestanddeel

in

100% 50% 25%
Houtsnips kg

12,50

6,25 3,13
Vormgips kg 1,25 0,63 0,31
Agra-vermiculiet kg 1,00 0,50 0,25
Water, 16 liter kg 16,00 8,00 4,00
Broed, 1 zak,
5 liter
kg 2,7 1,35 0,68
Totaal kg 33,45 16,73 8,36
         
Aantal zakken:        
o Groot   2 x 6,7 kg 1 x 6,7 kg 1 x 3,4 kg
o Klein   4 x 5,0 kg 2 x 5,0 kg 1 x 5,0 kg

Gereedschappen

Dit zijn de benodigde gereedschappen:

  • Een speciebak voor het mengen van de grondstoffen.
  • Twee emmers, waarvan één met een maatverdeling in liters aan de binnenkant voor het afmeten van het water.
  • Een weegschaal met een bereik van 10 kg voor het afwegen van de grondstoffen.
  • Een kruideniersschep.
  • Een paar handschoenen, te dragen bij het mengen.
  • Stevig touw of metalen sluitingen met lusjes.

Bereidingswijze

Hier in het kort nog een keer de bereidingswijze.

  1. Weeg de snips, vormgips en agra-vermiculiet af, deponeer deze in de speciebak en meng het geheel goed door elkaar,
  2. Voeg hieraan toe de vereiste hoeveelheid broed en meng het geheel weer goed door elkaar.
  3. Voeg het water toe en meng het geheel weer tot de hele massa nat is.
  4. Schep het mengsel in de plastic zakken en sluit deze af met touw of met de metalen sluitingen met lusjes.
Huisteelt

Uitgangspunt was om de teelt in en om het eigen huis te kunnen uitvoeren. Hoe dan? Ik vond de volgende oplossingen:

  • Substraatbereiding en enten. Gewoon op het terras achter het huis.

  • Doorgroeifase.  Ik beschik in mijn huis over een kleine kelder (ca. 2 x 4 meter). Door middel van haken in het plafond en onder de treden van de trap, kan ik hier precies 24 zakken kwijt. Hierin zijn dus 4 zakken broed van 5 liter verwerkt.  Dit is dus de hoeveelheid die ik maximaal in één keer aankan. In deze kelder heerst in het voorjaar en de zomer, afhankelijk van de weersomstandigheden een temperatuur van ongeveer 16-20 oC en een luchtvochtigheid van 60-90%. Met een elektrische oliekachel kan ik eventueel de temperatuur wat opvoeren. Ik heb ooit geprobeerde de luchtvochtigheid op een wat constantere waarde (90%) te houden d.m.v. een luchtbevochtiger, maar daar ben ik mee gestopt (veel damp en toch moeilijk regelbaar). De kelder beschikt in het trapgat over een raampje,  waarin ik een ventilator heb aangebracht waarmee ik de geproduceerde CO2 kan afvoeren. Wat de zakken ook doen is water afgeven, druppelen dus. Dit vocht kan het beste worden opgevangen door emmers op de grond te zetten of onder de zakken te hangen. Dit leidt anders snel tot vervuiling van de ruimte.

  • Groei- en oogstfase. Deze fase kan beslist niet in de kelder of een andere ruimte in huis worden uitgevoerd, vanwege de enorme hoeveelheid sporen die door de vruchtlichamen worden gevormd en die op den duur toch in huis terecht komen. Aangezien ik niet beschikte over een andere geschikte ruimte, was de oplossing simpel: dan maar buiten. Ik bouwde een pergola (zie foto van een wat oudere teelt toen ik nog met grote zakken werkte), waarin ik zakken kon ophangen. Ik overspande deze met schaduwdoek om de zakken te beschermen tegen te fel zonlicht. Verder bracht ik een sproei-installatie aan (horizontale pvc-buis met een aantal sproeiertjes, verbonden met een tuinslang), zodat ik bij droog weer de zakken af toe nat kan sproeien. Het zal duidelijk zijn dat het werken buiten aan de teelt  de nodige beperkingen oplegt. Je kunt dus alleen kweken in de periode van voorjaar tot herfst, als de temperatuur niet te laag is. Verder ben je toch overgeleverd aan het weer van alledag zodat de omstandigheden verre van ideaal kunnen zijn. Maar, zo redeneer ik tenminste, het is een hobby en dan hoeft het ook niet allemaal ideaal te verlopen en mag er af toe wat mislukken. Verder heb ik tot nu toe, op één uitzondering na, goede resultaten geboekt en dat lag niet aan het weer. Maar als ze dan ineens verschijnen en zich ontwikkelen tot prachtige vruchtlichamen, dan realiseer je je wat voor een mooi product het eigenlijk is.

Opbrengst en afzet

Toen ik met het telen begon heb ik regelmatig opbrengstmetingen heb uitgevoerd. Deze wezen uit  dat opbrengsten van 15 tot 20% van het substraatgewicht niet abnormaal waren. 24 zakken volgens bovenstaand recept hebben een totaal substaatgewicht (zonder broed) van 4 x 30,75 = 123 kg. Een opbrengst van laten we zeggen 15% levert dan ruim 18 kg aan paddestoelen. De opbrengst is primair bedoeld voor eigen gebruik en voor familie, vrienden en kennissen. Ook conserveer ik een bepaalde hoeveelheid voor later gebruik. Dit kan door invriezen en door droging (in droogoven). Vooral de laatste methode is uitstekend geschikt voor het  voor langere tijd bewaren van de paddenstoelen. Het surplus lever ik aan een biologische groentewinkel in de buurt, die mij gelukkig geen leveringsplicht oplegt, want die kan ik niet geven. Het is en blijft een hobby.

Mislukkingen

Maar het kan ook wel eens fout gaan. Een paar jaar geleden gebruikte ik, als test, een gehuurde speciemengmachine bij de bereiding van het substraat, want het met de hand mengen blijft een relatief zwaar werk. Deze machine bestond uit een een ronde bak met vrij snel rotende schoepen. In vergelijking met het handmatig mengen, werd het substraat op een zeer forse manier door elkaar gemengd. Ik vermoed nu dat dit het broed geen goed heeft gedaan. Het zou ook nog kunnen zijn dat het broed op het moment van verwerken niet geheel vers meer was, terwijl ook de snips al een aardige leeftijd hadden (paar jaar). Hoe dan ook, in de doorgroeifase gingen de meeste zakken er uitzien zoals op de foto hiernaast. Hierop is duidelijk te zien dat zich andere, groene schimmels in de zak genesteld hebben. De teelt is dan niet meer te redden en ik kon de zakken weggooien. Sindsdien meng ik nog alleen handmatig, verwerk ik het broed zo snel mogelijk na aankomst en leg ik een niet te grote voorraad snips aan.

Fotoalbum

Met de link hiernaast kan een fotoalbum worden bekenen met foto's van mijn bescheiden kwekerij.

Benodigde materialen

Ik heb nog niet uitgewijd over de materialen die je nodig hebt en hoe je die kunt verkrijgen. Ik heb mij steeds gehouden aan de materialen die Edwin Blaak mij adviseerde. Dit zijn professionele producten van bedrijven die weliswaar gewend zijn te leveren in grote hoeveelheden, maar vaak best bereid zijn de kleine afnemer van dienst te zijn. Als je laat bezorgen moet je rekening houden met relatief hoge verzendkosten. Wat ik deed toen ik begon was een plan maken voor een paar jaar zodat ik tot redelijke aantallen kwam (met wel een opslagprobleem). Ik haalde de spullen dan meestal bij het bedrijf zelf af (wel een auto-/treinrit, maar soms ook heel leuk, en geen verzendkosten). Ik zal een voorbeeld geven van hoe je het zou kunnen aanpakken.

Ik ga uit van het basisrecept (zie tabel hierboven). Stel nu dat je per teelt 2 zakken broed van 5 liter wil verwerken. Hiermee kun je dan 8 zakken van gemiddeld 8,4 kg aanmaken. Stel dat je dit twee maal per jaar wil doen en dat je het zeker twee jaar zal volhouden. Dan moet je de getallen in de kolom 100% vermenigvuldigen met 8:

Bestanddeel

in

100% x 8

aantal
x eenheid

prijs
totaal in €
(indicatie)
Houtsnips kg

12,50

100 4x25 40,-
Vormgips kg 1,25 10 1x25 19,-
Agra-vermiculiet kg 1,00 8 1x8,5 17,50
Water, 16 liter kg 16,00 128 - -
Broed, 1 zak,
5 liter
kg 2,7 22 10x1 40,-
Totaal kg 33,45 268   -
           
Aantal zakken van gemiddeld 8,4 kg:   4 32   12,-

Op basis van deze aantallen ga je bestellen:

  • Houtsnips (eik of beuk). Deze worden geleverd in zakken van 25 kg. Je hebt dan 4 zakken nodig. Fijnheid van de snippers: nr. 6. Ik betrek ze van de firma Bemap Houtmeel B.V., Bemmel (zie link). Vooraf opgebeld en toegelicht waarvoor ik de snips nodig had en vervolgens persoonlijk afgehaald. Een andere leverancier is De Toekomst in Nieuw Vennep.
  • Vormgips. Het gaat om de gipssoort plâtre. Merk: Prestia Lafarge 1800. Minimale hoeveelheid: 1 zak van 25 kg. Firma's: Ubbens Bouwstoffen B.V., Groningen en W. van Elderen Bouwmaterialen en Tegelhandel B.V., Venlo (zie links). Opgebeld naar laatstgenoemde bedrijf en opgehaald. Je hebt met één zak wel veel meer dan je eigenlijk nodig hebt, maar de kosten zijn te overzien en als je na twee jaar doorgaat kun je het opgebruiken.
  • Agra-vermiculiet. Bedrijf: Pull B.V. (zie link). Er zijn verschillende grofheden. Je moet nr. 3 hebben. Minimale hoeveelheid: 1 zak van 100 liter (ca. 8,5 kg). Besteld en laten opsturen (vermiculiet is heel licht maar wel volumineus). Je kunt het ook zelf ophalen.
  • Broed (graanbroed). Dit moet je uiteraard per keer bestellen want het moet kakelvers zijn. Dus per kweek 2 zakken van 5 liter (10 liter). Ik betrok het tot nu van het hierboven reeds genoemde bedrijf Mycelia. Maar er is een alternatief, gericht op de hobbykweker en ook Mycelia verwijst hiernaar op zijn website. Het bedrijf het Mycobois. Ik heb er nog geen ervaring mee maar het lijkt mij een uitstekende keus.
  • Microgeperforeerde plastic zakken. Per e-mail te bestellen bij de firma Blaak. Er zijn twee soorten: 100 cm lang (groot, € 0,35 per stuk, maximaal 15 kg substraatinhoud) en 50 cm lang (klein, € 0,20 per stuk, maximaal 5 kg inhoud). Bij een bestelling onder de 10 kg zijn de verzendkosten € 6,20. Ik ben hierboven uitgegaan van grote zakken met een substraatgewicht van 8,4 kg, maar je kunt het substraat natuurlijk ook verdelen over grote en kleine zakken. Minimale afname: 100 zakken, helaas veel meer dan je volgens de tabel nodig hebt.

Enkele kanttekeningen:

  • Met de genoemde bedrijven heb ik ervaring, maar ik kan natuurlijk niet garanderen dat zij ook kunnen/willen leveren).
  • De genoemde prijzen zijn slechts indicatief (ongeveer wat ik er voor betaalde), exclusief BTW en verzendkosten.
  • De hierboven genoemde materialen zijn, met uitzondering natuurlijk van het broed, goed houdbaar in een niet vochtige ruimte.
  • Gezien de aard van de materialen kun je spreken van een milieuvriendelijke (biologische) teelt.
  • Bovenstaand voorbeeld is slechts bedoeld om te laten zien hoe je het kunt aanpakken. Ik beschouw het zelf wel als een soort minimum. Wil je uitgaan van andere aantallen zakken per teelt, dan moet je een eigen berekening maken.

Alternatieven:

Met bovenstaande materialen zijn goede resulaten te boeken, zo heb ik zelf in de praktijk ervaren, maar dat wil niet zeggen dat er geen alternatieven zouden zijn die ook goede resultaten kunnen opleveren. Ik noem een aantal voorbeelden, waarmee ik overigens zelf geen ervaring heb.

  • Houtsnips. In dierenwinkels worden zakken houtsnippers verkocht voor de bodembedekking van dierenkooien. Het moeten wel eiken- of beukenhout zijn. Ik weet niet hoe "zuiver" dit materiaal is, want daar gaat het primair om. Het mycelium van de te kweken zwam moet geen concurrentie krijgen van andere schimmels.
  • Vormgips. Mogelijk zijn ook andere soorten gips, te verkrijgen in bouwmarkten, bruikbaar.
  • Agra-vermiculiet. Dit materiaal, dat vocht vasthoudt, wordt ook toepast in de tuinbouw. Dit en soortgelijke materialen worden soms verkocht in tuinzaken. Misschien zijn die ook wel bruikbaar.
  • Microgeperforeerde plastic zakken. Plastic zakken kun je wellicht ook zelf maken van plastic folie. De perforaties (dat zijn er veel, ongveer 1,5 cm van elkaar) kun je zelf aanbrengen met puntige voorwerpen. Het gaat erom dat het koolzuur dat bij de groeifase wordt gevormd, kan ontsnappen.

Voor de echte onderzoekers valt er dus nog heel wat te experimenteren.



Inleiding

Wat zijn het

Plaats in de natuur

Belang voor de
samenleving


Hobby

Kweken

Woordenboek

Literatuur

Bezienswaardigheden

Wetenswaardigheden

Links


Edwin Blaak

Mycelia



Kelder

Kelder

Oesterzwammen

Shiitake

Shiitake


Fotoalbum kwekerij

Pull

Mycobois

BBlaak



Naar begin

© MYCOFUN, 2007