Paddenstoelen

Woordenboek


B

Naar begin woordenboek

Naar begin


Naar boven


B.

 

bacillaris

staafvormig. Zie ook sporevormen.

ballistosporen

sporen, die actief van de basidia worden afgeschoten.

basaal

aan de basis, onderaan.

basauxische conidiëndragers

zie conidiën.

basidiënvormen

de verschijningsvormen van basidiën. De belangrijkste basidiënvormen (i.h.b. bij de Korstzwammen) zijn: cilindrisch, ellipsoïdisch, omgekeerd eivormig, knotsvormig, gesteeld, urniform, suburniform.

basidiocarp

vruchtlichaam van een Basidiomyceet.

= basidioma.

basidiogeen

basidiën vormend, b.v. van cellen, hyfen.

basidiole

een onrijp basidium of een op een basidium gelijkende knotsvormige cel die steriel blijft en dus geen sterigmata heeft.

basidioma

vruchtlichaam van een Basidiomyceet. (mv. basidomata).

= basidiocarp.

Basidiomyceten

zie Basidiomycetes.

Basidiomycetes

klasse van het zwammenrijk waartoe behoren de zwammen, waarbij de sporen gevormd worden op basidia, waaraan zij via de sterigmata (steeltjes) bevestigd zijn.

Voor een indeling van de Basidiomycetes in orden en families zie zwammenrijk. Zie ook betreffende orden.

Kunstmatige groepen, behorend tot de Basidiomycetes, zijn de Heterobasidiomyceten, Hymenomyceten en Gasteromyceten; zie daar.

= Steeltjeszwammen.

basidiosporen

sporen van een Basidiomyceet, die worden gevormd op een basidium. Zie ook basidium.

basidium

voortplantingscel, meestal knotsvormig,  bij de Basidiomyceten waarop aan steeltjes (de sterigmata), meestal ten getale van 4, de basidiosporen worden gevormd, die bij rijpheid afvallen of afgeschoten worden. (mv. basidia, basidiën).

basifiel

van zwammen, die de voorkeur geven aan of alleen maar kunnen groeien op basische substraten. Zie ook pH.

basioniem

oorspronkelijke naam. Zie nomenclatuur.

basipetaal

heet de achtereenvolgende ontwikkeling van organen van boven naar beneden, zoals van bloemen bij sommige bloeiwijzen en de vorming van conidiën aan conidiëndragers.

behangen

van de hoedrand, waaraan velemresten (als vlokken of vezels) hangen.

Bekerzwammen

in ruime zin de orde Pezizales, zie daar; in enge zin de familie Pezizaceae. Zie ook zwammenrijk.

Berberis

Zie bomen en struiken.

berijpt

 als met rijp (bevroren dauw) bedekt. Van hoed of steel.

beschrijving

het vastleggen van allerlei gegevens van gevonden en evt. verzamelde zwammen. Deze beschrijving kan verlopen volgens het volgende patroon:

naam: (wetenschappelijke naam met auteurs)

gevonden door: (naam) op: (datum)

gedetermineerd door: (naam) op: (datum)

gecontroleerd door: (naam) op: (datum)

literatuur: (bij de determinatie geraadpleegde literatuur).

vindplaats: (land, provincie, plaats, locatie evt. m.b.v. stafkaartcoördinaten, hoogte boven de zeespiegel).

aard vindplaats: (bijzonderheden over de vindplaats, zoals vegetatietype, waardplant of substraat, bodemtype).

gedrag: (afzonderlijk of in groepen, samen met andere zwammen e.d.).

beschrijving: (alle relevante macroscopische en microscopische kenmerken, zoals afmetingen, kleur, geur, smaak, kleurveranderingen door druk of wrijven, afmetingen en hoedanigheid van sporen, cystiden, e.v.a.; bij de Plaatjeszwammen wordt vaak een onderverdeling gemaakt in: hoed, lamellen, steel, evt. melk, trama).

opmerkingen: (evt. nader verklarende opmerkingen).

Een beschrijving van vers materiaal is noodzakelijk als men de zwammen wil conserveren en bewaren in een herbarium. Zie ook conserveren, determineren en herbarium.

Betula

zie bomen en struiken.

beurs

restant van het velum universale, dat als een zak aan de basis van de steel achterblijft.

= schede. = volva.

Beurszwammen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

bevruchting

versmelting van de kernen van de geslachtscellen, de gameten (met n chromosomen, dus haploïd), tot de bevruchte eicel, de zygote (met 2n chromosomen, dus diploïd).

biapiulaat

van sporen die aan beide zijden min of meer toegespitst zijn.

bilateraal

zie lamellentrama.

bindhyfen

zie verbindingshyfen.

biocoenose

een levensgemeenschap van organismen, die samen een biotoop bewonen.

biologie

leer van de levende wezens en de levensverschijnselen.

bioluminescentie

het verschijnsel, waarbij sommige zwammen 's nachts een zwak blauw‑ of groenachtig licht geven. Dit komt o.a. voor bij de Lantaarnzwam (Omphalotus olearius) en de rhizomorfen van de Honingzwam (Armillariella mellea). Zie ook luminescentie.

biosfeer

het deel van de aarde dat door levende organismen bewoond wordt.

biosociologie

wetenschap die de betrekkingen tussen de organismen in een levensgemeenschap (biocoenose) bestudeert.

biotoop

onderdeel van het door organismen bewoonde deel der aarde (biosfeer), waarbinnen de levensvoorwaarden min of meer gelijk zijn, b.v. een weiland of een bos met een bepaalde grondsoort, plantengroei, vochtigheid enz. Het biotoop is vaak karakteristiek voor een bepaalde soort.

biotroof

heten parasieten, die slechts kunnen leven als zij voedsel kunnen onttrekken aan levende cellen van de waardplant. Zij kunnen dus niet op een kunstmatige voedingsbodem worden gekweekt.

bipolaire heterothallie

zie heterothallisch. Zie ook voortplanting.

biseriaat

van sporen die in twee rijen in de asci liggen.

bitunicaat

van de ascuswand, die bestaat uit twee lagen en min of meer dik is. Eerst opent zich de buitenlaag (exoascus) aan de top, waarna de binnenlaag (endoascus) zich kan strekken voordat de ascosporen afgeschoten worden.

bladgroen

zie chlorofyl.

bladrot

zie rot.

blast-

begin van biologische termen, betrekking hebbend op kiem, oorsprong, knop, spruit.

blastoconidiën

zie conidiën.

bochtig

van aanhechting van lamellen en buisjes. Zie aanhechting.

Bolbitiaceae

klasse: Basidiomycetes,

groep: Hymenomyceten,

orde: Agaricales;

familie van zwammen waartoe o.a. behoren de geslachten Bolbitius (Dooiergele mestzwam), Conocybe (Breeksteeltjes) en Agrocybe (Leemhoeden). Zie ook zwammenrijk.

Boletales

klasse: Basidiomycetes,

groep: Hymenomyceten;

orde van min of meer vlezige zwammen met een duidelijke steel en hoed. De hoed draagt aan de onderzijde een hymenofoor met buisjes (zelden lamellen of netvormig), dat gemakkelijk van het hoedweefsel te scheiden is. De sporen zijn cyanofiel, niet amyloïd. Zie ook zwammenrijk.

Boleten

zie zwammenrijk (orde Boletales).

boletoïd

van een vruchtlichaam, dat lijkt op een Boleet, d.w.z. met vlezige hoed en dikke steel.

boletol

kleurstof, aanwezig in sommige Boleten, die het vlees van deze zwammen, blootgesteld aan de lucht, onder inwerking van een enzym, blauw laat verkleuren. Dit verschijnsel treedt o.a. op bij de Kastanjeboleet (Xerocomus badius).  

bomen en struiken

hieronder volgen de wetenschappelijke en Nederlandse geslachtsnamen van de meest voorkomende bomen en struiken.

Abies                    Spar (zilver‑)

Acer                      Esdoorn

Aesculus               Paardekastanje

Alnus                     Els

Berberis                 Zuurbes

Betula                    Berk

Carpinus                Haagbeuk

Castanea               Kastanje

Corylus                  Hazelaar

Crataegus              Meidoorn

Cytisus                  Brem

Fagus                    Beuk

Fraxinus                 Es

Juglans                  Noteboom

Juniperus               Jeneverbes

Larix                      Lariks

Malus                    Appel

Myrica                   Gagel

Picea                    Spar (fijn‑)

Pinus                    Den

Platanus                Plataan

Populus                 Abeel, Esp, Populier

Prunus                   Kers, Pruim

Pseudotsuga          Spar (douglas‑)

Pyrus                     Peer

Quercus                 Eik

Rhamnus               Vuilboom, Wegedoorn

Ribes                     -bes

Robinia                  Acacia

Rosa                     Roos

Rubus                   Braam, Framboos

Salix                     Wilg

Sambucus             Vlier

Sorbus                  Lijsterbes

Syringa                 Sering

Taxus                   Venijnboom

Thuja                    Levensboom

Tilia                      Linde

Tsuga                   Spar

Ulmus                   Iep

Bondarzewiaceae

klasse: Basidiomycetes,groep: Hymenomyceten,

orde: Aphyllophorales;

familie van zwammen. Zie ook zwammenrijk.

boogvormig

van aanhechting van lamellen en buisjes. Zie aanhechting.

borstelcellen

    hoedhuidcellen of cystiden met korte, wrattige uitsteeksels.

Borstelkurkzwammen

    zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales).

Borstelzwammen

zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales).

botanicus

plantkundige.

botanie

plantkunde.

botaniseertrommel

bus voor het verzamelen van planten.

botaniseren

planten zoeken en bestuderen.

botanist

zie botanicus.

Botryosphaeriaceae

klasse: Ascomycetes,

groep: Loculoascomyceten,

orde: orde Dothideales;

familie van zwammen. Zie ook zwammenrijk.

botuliformis

worstvormig, cilindrisch gekromd. Zie ook sporevormen.

Bovisten

zie zwammenrijk (orde Lycoperdales).

Branden

zie Ustilaginales en Tilletiales. Zie ook zwammenrijk.

= Brandzwammen.

brandsporen

zie Ustilaginales.

Brandzwammen

zie Branden.

breed

van aanhechting van lamellen en buisjes. Zie aanhechting.

Breeksteeltjes

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

broed

een in reincultuur b.v. op graankorrels of stro gekweekt mycelium, dat wordt gebruikt voor het kweken van bepaalde soorten paddestoelen.

Bruine anijszwam

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

bruinrot

zie rot.

buikig

van een steel die onderaan sterk verdikt is.

Buikzwammen

zie Gasteromyceten. Zie ook zwammenrijk.

buisjes

hymenofoor bij de Buisjeszwammen, dat bestaat uit een buisvormige structuur, die aan de onderkant van de hoed wordt gevormd en hiervan gemakkelijk te scheiden is.

Buisjeszwammen

klasse: Basidiomycetes,

orde: Boletales,

groep: Hymenomyceten);

kunstmatige groep van zwammen die een hymenofoor hebben dat bestaat uit een buisvormige structuur, die aan de onderkant van de hoed wordt gevormd en hiervan gemakkelijk te scheiden is. Zie ook zwammenrijk.

bulbillen

kleine, ronde, steriele kluwens van hyfen.

bultig

van hoedvorm. Zie hoedvormen.

Bundelridderzwammen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

Bundelzwammen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

byssoïd



Naar begin
© MYCOFUN, 2007