|
kaal van het hoedoppervlak zonder haren, viltige bedekking, schubben enz. Kaalkoppen zie zwammenrijk (orde Agaricales). Kaaszwammen zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales). kaliloog zie chemicaliën. kaliumjodide zie chemicaliën. karyogamie geslachtelijke vereniging door versmelting van twee celkernen van verschillend geslacht. Zie ook voortplanting. katalysator stof die optreedt als versneller van chemische reacties. katoenblauw zie chemicaliën. Kegelzwammen zie zwammenrijk (orde Agaricales). kelkvormig van een bekervormig vruchtlichaam met een min of meer duidelijke steel. kern zie celkern. deling van een kern in twee nieuwe kernen. Men onderscheidt twee soorten kerndelingen:
Het belangrijkste van de kerndeling is de overlangse splitsing van elk chromosoom in twee volkomen gelijke chromatiden, waardoor de twee jonge kernen precies dezelfde chromosomen krijgen, in vorm, aantal en structuur, als de oude. Zie ook celdeling en chromosomen.
kerndraden chromosomen; zie daar. kernlichaampjes zie celkern. kernplasma zie celkern. kernsap zie celkern. kernskelet zie celkern. kernspoel zie kerndeling. kernstof zie celkern. kernversmelting zie voortplanting. kernwand zie celkern. Kernzwammen in ruime zin de Pyrenomyceten, zie daar; in engere zin de orde Sphaeriales. Zie ook zwammenrijk. kiemhyfe hyfe, die ontstaat als een spore vanuit de kiemporus (of kiemspleet) gaat kiemen. kiemporus dunne, lichte, min of meer afgeplatte vlek aan de top van een spore, waaruit de kiemhyfe kan groeien. Niet alle sporen hebben een kiemporus. Zie ook spore. kiemspleet kiemporus, maar dan in de vorm van een spleet. kiemvlies zie hymenium. KJ kaliumjodide. Zie chemicaliën. klasse zie nomenclatuur. Kleefparasolzwammen zie zwammenrijk (orde Agaricales). klokvormig van hoedvorm. Zie hoedvormen. Kluifzwammen zie zwammenrijk (orde Pezizales). knol knolvormige verdikking aan de voet van de steel. Knolzwammen zie zwammenrijk (orde Agaricales). Knots‑ en Koraalzwammen zie Clavarioïde fungi. Zie ook zwammenrijk. Knotsjes zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales). knotsvormig aan de basis smal, naar de top geleidelijk breder wordend met een afgeronde top. kogelcellen zie sferocysten. Kogelwerper zie zwammenrijk (orde Nidulariales). KOH kaliloog. Zie chemicaliën. koolhydraat verbinding van koolstof, zuurstof en waterstof, zoals suiker, zetmeel, enz.. het proces, waarbij uit koolzuur en water, in chlorofyl bevattende plantendelen, onder invloed van het licht glucose gevormd wordt, terwijl er zuurstof vrij komt: 6CO2 + 6H2O + energie ‑‑‑> C6H12O6 + 6O2 Omdat de energie die voor dit proces nodig is wordt verkregen uit het licht, spreekt men ook wel van fotosynthese. De bij dit proces gevormde glucose dient
Enkele bacteriën, die geen bladgroen bezitten, zijn ook in staat tot koolzuurassimilatie. Zij krijgen de energie, die hiervoor nodig is, door bepaalde anorganische stoffen te oxyderen; men spreekt hier van chemosynthese. De organismen, die in staat zijn tot koolzuurassimilatie, blijken ook al hun andere organische bestanddelen te kunnen opbouwen uit anorganische stoffen. Men noemt hen autotroof. Alle planten zonder chlorofyl (uitgezonderd enkele bacteriën), alle dieren en de mens zijn niet in staat tot koolzuurassimilatie en moeten dus niet alleen anorganische stoffen, maar ook organische stoffen van buiten opnemen. Men noemt hen heterotroof. De koolzuurassimilatie is het meest fundamentele proces in de levende natuur, omdat zij de enige manier is, waarop organische stoffen uit anorganische ontstaan. Alle levende wezens krijgen hun bouwstoffen en hun brandstof (energiebron) door de koolzuurassimilatie, de autotrofe direct, de heterotrofe indirect. Hieruit volgt dat alle heterotrofe organismen van de autotrofe afhankelijk zijn. De zwammen zijn heterotroof omdat zij geen chlorofyl bevatten. Koraalzwammen zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales). Korrelhoeden zie zwammenrijk (orde Agaricales). korst een dikke, harde cutis op het oppervlak van hoed of steel. korstmossen zie lichens. klasse: Basidiomycetes, orde: Aphyllophorales, groep: Hymenomyceten; kunstmatige groep van zwammen met resupinate vruchtlichamen, bestaande uit hymenium, subhymenium en subiculum (trama), zonder duidelijke poriën of merulioïde plooien. Toenemende dikte en verschillende consistentie van de vruchtlichamen worden beschreven door de termen vliezig, membraneus, leerachtig en wasachtig. Zie ook zwammenrijk. Kratertruffels zie zwammenrijk (orde Tuberales). Krulzomen zie zwammenrijk (orde Boletales). kubiekrot zie rot. kurkachtig taai, leerachtig, droog, tamelijk hard.
|
![]() ![]() Naar begin |
| © MYCOFUN, 2007 | ||