Paddenstoelen

Woordenboek

K


Naar begin woordenboek

Naar begin

 

 

 

 

 

 



Naar boven


K.

 

kaal

van het hoedoppervlak zonder haren, viltige bedekking, schubben enz.

Kaalkoppen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

Kaaszwammen

zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales).

kaliloog

zie chemicaliën.

kaliumjodide

zie chemicaliën.

karyogamie

geslachtelijke vereniging door versmelting van twee celkernen van verschillend geslacht. Zie ook voortplanting.

katalysator

stof die optreedt als versneller van chemische reacties.

katoenblauw

zie chemicaliën.

Kegelzwammen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

kelkvormig

van een bekervormig vruchtlichaam met een min of meer duidelijke steel.

kern

zie celkern.

kerndeling

deling van een kern in twee nieuwe kernen. Men onderscheidt twee soorten kerndelingen:

  • Mitose of somatische kerndeling of gewone kerndeling. In het proces van de deling worden vier fasen onderscheiden, de profase, metafase, anafase en telofase. In rustende toestand , de interfase, is in de kern weinig structuur te zien; de chromosomen zijn vrijwel onzichtbaar. In de profase worden de chromosomen eerst zichtbaar als fijne onregelmatig gekronkelde draadjes; zij worden korter en dikker. Later zijn de aparte chromosomen vaak in hun geheel te volgen en te tellen. Zij zijn spiraalsgewijs om elkaar gewonden. In de metafase treden grote veranderingen op. De kernwand en de kernlichaampjes verdwijnen. Aan weerszijden van de kern, aan de beide polen, vormt het cytoplasma poolkapjes van waaruit fijne draden ontstaan, die elkaar ontmoeten in het zgn. equatoriaalvlak; zij vormen samen de kernspoel. De chromosomen bewegen zich naar het equatoriaalvlak. In de anafase verdelen de chromosomen zich over de lengte in twee helften, de chromatiden. Van elk paar chromatiden wordt er nu door de spoeldraden een naar de ene en een naar de andere pool getrokken; zij worden de chromosomen van de nieuwe kernen. In de telofase zijn de chromosomen bij de polen aangekomen. Zij worden weer langer en dunner en geleidelijk onzichtbaar. Kernwand en kernlichaampjes komen weer te voorschijn. Er zijn twee nieuwe kernen ontstaan, die er hetzelfde uitzien als de rustende kern voor de deling. De kernspoel verdwijnt, na in het equatoriaalvlak een middenlamel te hebben gevormd, zodat er ook twee jonge cellen ontstaan.

Het belangrijkste van de kerndeling is de overlangse splitsing van elk chromosoom in twee volkomen gelijke chromatiden, waardoor de twee jonge kernen precies dezelfde chromosomen krijgen, in vorm, aantal en structuur, als de oude. Zie ook celdeling en chromosomen.

  • Meiose of reductiedeling. Iedere plantensoort heeft een konstant aantal chromosomen in de kern, die twee aan twee gelijk zijn (2n). Wil bij de bevruchting, waarbij twee kernen versmelten, geen verdubbeling van het aantal chromosomen optreden, dan moet het aantal chromosomen in de geslachtscellen van te voren tot de helft zijn teruggebracht (n). Dit gebeurt bij de vorming van de geslachtscellen door de reductiedeling. Deze deling onderscheidt zich van de gewone kerndeling voornamelijk hierin, dat de overlangse splitsing van de chromosomen achterwege blijft. Van elk paar chromosomen gaat er één (ongedeeld) naar elke pool. De geslachtscellen, gameten, bevatten dus slechts het halve aantal chromosomen (n). Zij zijn haploïd; alle andere cellen zijn diploïd (2n chromosomen). Bij de hogere organismen gebeurt de reductiedeling in de geslachtsorganen bij de vorming van de mannelijke zaadcellen en de vrouwelijke eicellen; beide zijn zij diploïd. Bij de hogere planten komen de haploïde kernen slechts gedurende een korte periode voor. De kernen van de cellen van het plantenlichaam zijn diploïd (2n). Bij de lagere planten, zoals de zwammen, is het juist omgekeerd. De kernen in de cellen van het mycelium zijn haploïd, terwijl de diploïde fase slechts heel kort duurt. Zie ook voortplanting.  

kerndraden

chromosomen; zie daar.

kernlichaampjes

zie celkern.

kernplasma

zie celkern.

kernsap

zie celkern.

kernskelet

zie celkern.

kernspoel

zie kerndeling.

kernstof

zie celkern.

kernversmelting

zie voortplanting.

kernwand

zie celkern.

Kernzwammen

in ruime zin de Pyrenomyceten, zie daar; in engere zin de orde Sphaeriales. Zie ook zwammenrijk.

kiemhyfe

hyfe, die ontstaat als een spore vanuit de kiemporus (of kiemspleet) gaat kiemen.

kiemporus

dunne, lichte, min of meer afgeplatte vlek aan de top van een spore, waaruit de kiemhyfe kan groeien. Niet alle sporen hebben een kiemporus. Zie ook spore.

kiemspleet

kiemporus, maar dan in de vorm van een spleet.

kiemvlies

zie hymenium.

KJ

kaliumjodide. Zie chemicaliën.

klasse

zie nomenclatuur.

Kleefparasolzwammen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

klokvormig

van hoedvorm. Zie hoedvormen.

Kluifzwammen

zie zwammenrijk (orde Pezizales).

knol

knolvormige verdikking aan de voet van de steel.

Knolzwammen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

Knots‑ en Koraalzwammen

zie Clavarioïde fungi. Zie ook zwammenrijk.

Knotsjes

zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales).

knotsvormig

aan de basis smal, naar de top geleidelijk breder wordend met een afgeronde top.

kogelcellen

zie sferocysten.

Kogelwerper

zie zwammenrijk (orde Nidulariales).

KOH

kaliloog. Zie chemicaliën.

koolhydraat

verbinding van koolstof, zuurstof en waterstof, zoals suiker, zetmeel, enz..

koolzuurassimilatie

het proces, waarbij uit koolzuur en water, in chlorofyl be­vattende plantendelen, onder invloed van het licht glucose gevormd wordt, terwijl er zuurstof vrij komt:

6CO2 + 6H2O + energie ‑‑‑> C6H12O6 + 6O2

Omdat de energie die voor dit proces nodig is wordt verkregen uit het licht, spreekt men ook wel van fotosynthese.

De bij dit proces gevormde glucose dient

  • om, als zij verbrand wordt, de plant de energie te leveren  voor haar levensverrichtingen (ademhaling);
  • als grondstof voor de vele stoffen, waaruit de plantencel is opgebouwd, zoals cellulose, vetten en vetachtige   stoffen, eiwitten, kleurstoffen enz.. Sommige van deze stoffen bevatten ook stikstof, zwavel of fosfor; deze       elementen zijn door de wortels uit de bodem opgenomen;
  • als grondstof voor reservevoedsel, voor de plant zelf of voor haar nakomelingen (zetmeel, rietsuiker, glucose, vet   enz.).

Enkele bacteriën, die geen bladgroen bezitten, zijn ook in staat tot koolzuurassimilatie. Zij krijgen de energie, die hiervoor nodig is, door bepaalde anorganische stoffen te oxyderen; men spreekt hier van chemosynthese.

De organismen, die in staat zijn tot koolzuurassimilatie, blijken ook al hun andere organische bestanddelen te kunnen opbouwen uit anorganische stoffen. Men noemt hen autotroof.

Alle planten zonder chlorofyl (uitgezonderd enkele bacteriën), alle dieren en de mens zijn niet in staat tot koolzuurassimilatie en moeten dus niet alleen anorganische stoffen, maar ook organische stoffen van buiten opnemen. Men noemt hen heterotroof.

De koolzuurassimilatie is het meest fundamentele proces in de levende natuur, omdat zij de enige manier is, waarop organische stoffen uit anorganische ontstaan. Alle levende wezens krijgen hun bouwstoffen en hun brandstof (energiebron) door de koolzuurassimilatie, de autotrofe direct, de heterotrofe indirect. Hieruit volgt dat alle heterotrofe organismen van de autotrofe afhankelijk zijn.

De zwammen zijn heterotroof omdat zij geen chlorofyl bevatten.

Koraalzwammen

zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales).

Korrelhoeden

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

korst

een dikke, harde cutis op het oppervlak van hoed of steel.

korstmossen

zie lichens.

Korstzwammen

klasse: Basidiomycetes,

orde: Aphyllophorales,

groep: Hymenomyceten;

kunstmatige groep van zwammen met resupinate vruchtlichamen, bestaande uit hymenium, subhymenium en subiculum (trama), zonder duidelijke poriën of merulioïde plooien. Toenemende dikte en verschillende consistentie van de vruchtlichamen worden beschreven door de termen vliezig, membraneus, leerachtig en wasachtig. Zie ook zwammenrijk.

Kratertruffels

zie zwammenrijk (orde Tuberales).

Krulzomen

zie zwammenrijk (orde Boletales).

kubiekrot

zie rot.

kurkachtig

taai, leerachtig, droog, tamelijk hard.

 

 



Naar begin
© MYCOFUN, 2007