Paddenstoelen

Woordenboek

N


Naar begin woordenboek

Naar begin

Naar boven


N.

 

NaOH

natronloog. Zie chemicaliën.

natronloog

zie chemicaliën.

Naucoria's

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

navel

verdieping in het centrum van de hoed, soms overgaand in de holle steel.

navelvlek

glad gedeelte boven de apiculus bij een overigens ruwe spore. Zie ook spore.

= plage.

navicellatus

schilfervormig. Zie ook sporevormen.

naviculair

schilfervormig.

neotype

een uitgekozen type (een soort, een exsiccaat) ter vervanging van het verloren gegane of onbruikbaar geworden holotype (zie daar).

Nestzwammetjes

zie zwammenrijk (orde Nidulariales).

netvormig

van de versiering op sporen, hoed‑ en steeloppervlak door aderen, ribben e.d. in de vorm van een net.

neutrofiel

van zwammen, die geen uitgesproken voorkeur hebben voor zure of basische substraten. Zie ook pH.

nevaal

van de plantengordel in de Alpen in het gebied van de eeuwige sneeuw.

NH3

ammoniak. Zie chemicaliën.

Nidulariaceae

zie zwammenrijk (orde Nidulariales).

Nidulariales

klasse: Basidiomycetes,

groep: Gasteromyceten;

orde van zwammen  met vruchtlichamen met een diameter tot 1 cm, op de grond en organische substraten zittend, vaak in groepjes. Het gleba is over één of vele, harde, zaadachtige lichaampjes (peridiolen) verdeeld. Sporen glad, hyalien, vaak groot. De orde omvat o.a. de Nestzwammetjes (familie Nidulariaceae) en de Kogelwerper (Sphaerobolus stellatus). Zie ook zwammenrijk.

nitrofiel

stikstoflievend.

noduleus

van vruchtlichamen met kleine knobbel‑ tot trapvormige vooruit stekende delen.

nomenclatuur

het (vaak in internationaal overleg vastgestelde) stelsel van regels, volgens welke in een bepaalde tak van wetenschap (b.v. plantkunde) de studieobjecten (b.v. zwammen) worden benoemd. In de plantkunde (en dus ook voor de zwammen) wordt de naamgeving geregeld door de "International Code of Botanical Nomenclature", een stel regels en aanbevelingen opgesteld door de Internationale Botanische Congressen.

Deze Code stelt de termen vast die de rangen (soort, geslacht, familie enz.) van de taxa (ev. taxon, zie daar) aangeven en de wijze waarop de wetenschappelijke namen gegeven worden aan de afzonderlijke taxa.

De Code is gebaseerd op de volgende beginselen:

  • De naamgeving voor planten is onafhankelijk van de naamgeving voor dieren.
  • De toepassing voor namen gebeurt met behulp van nomenclatorische typen (typenmethode).  
  • De naamgeving van een bepaald taxon berust op prioriteit van publikatie (prioriteitsprincipe).
  • Ieder taxon kan slechts één naam dragen die overeenkomt met de regels.
  • Wetenschappelijke namen zijn in het Latijn of worden als zodanig beschouwd.
  • De nomenclatuurregels zijn van terugwerkende kracht.

Volgens de typenmethode is elke naam van een zwam ondeelbaar verbonden met een type. Het type van een familie is een bepaald geslacht, van een geslacht een bepaalde soort, van een soort een bepaald exsiccaat (b.v. herbariumexemplaar). Wordt een taxon opgedeeld, dan blijft de naam steeds voor dat deel van het taxon behouden, dat het type bevat. Zo blijft b.v. de geslachtsnaam Boletus met de typesoort Boletus edulis verbonden, hoe men de Boleten ook verder opsplitst. Het type van een familie is altijd dat geslacht waarvan de naam overeenkomt met die van de familie, b.v. Boletus voor Boletaceae, Amanita voor Amanitaceae. Het type (een soort, een exsiccaat), waarnaar door de auteur van een naam wordt verwezen bij eerste publikatie van die naam heet een holotype. Is het type daarentegen pas later als zodanig aangewezen dan heet het een lectotype.

Het prioriteitsprincipe zegt dat van meerdere namen, die betrekking hebben op hetzelfde taxon (dus meerdere synoniemen), de oudste, legitiem gepubliceerde naam de juiste naam is.

Bij de toepassing van dit principe spelen, voor bepaalde groepen van zwammen, de volgende publikaties een bijzondere rol:

  • 1 mei 1753: Linnaeus, Species Plantarum, voor de slijmzwammen.
  • 31 december 1801: Persoon, Synopsis Methodica Fungorum, voor de Gasteromyceten, de Roesten en Branden.
  • 31 december 1820: Sternberg, Flora der  Vorwelt, voor de fossiele zwammen.
  • 1 januari 1821: Fries, Systema Mycologicum, deel 1, voor alle overige zwammen. Tot 1832 verschenen hiervan drie delen terwijl tussentijds nog het tweedelige werk Elenchus Fungorum (1828) van Fries verscheen.

Tot het 13e Internationale Botanische Congres in Sydney, in augustus 1983, golden deze werken als het beginpunt ("starting point") voor de nomenclatuur van genoemde groepen zwammen. Op dit congres werd echter besloten het werk van Linnaeus als beginpunt te kiezen voor alle zwammen (voor de hogere planten was dit reeds lang het geval). Dit nu houdt in dat alle namen van zwammen vanaf 1 mei 1753 geldig zijn (en die ervoor dus ongeldig). Echter hebben de bovengenoemde werken van Persoon en Fries, als enige, een bevoorrechte positie, omdat de in deze boeken gebruikte namen voorrang hebben boven eerdere synoniemen en homoniemen (zie daar). Persoon en Fries worden, voorzover het namen in genoemde werken betreft, "sanctionerende auteurs" genoemd en door hen gebruikte namen zijn zgn. "beschermde namen". Ook is bepaald dat de typeaanduiding van zulke namen is gebaseerd op de protoloog (zie daar) van de sanctionerende auteur.

Het prioriteitsprincipe is onderhevig aan een aantal regels:

  • Het geldt voor gelijke rangen. Zo kan een soortnaam niet door een ouder synoniem, dat als variëteit gepubliceerd werd, vervangen worden. Voorbeeld: Hydnum sect. Tremellodon Pers. 1825 werd door Fries in 1874 verheven tot een geslacht. Prioriteit boven Tremellodon (Pers.) Fr. 1874 heeft echter Pseudohydnum Karst. 1868.
  • Namen van geslachten en families, die algemeen in gebruik zijn, kunnen tegen oudere, minder gebruikelijke namen "beschermd" worden. Zij moeten dan voorkomen in de bij de Code behorende lijst van "nomina conservanda" (te handhaven namen). Voorbeelden hiervan zijn Conocybe, Daldinia, Gyromitra, Mutinus, Pholiota, Tricholoma, Xerocomus. Op dezelfde wijze kunnen namen beschermd worden tegen oudere homoniemen. Voorbeelden van deze soort van nomina conservanda zijn Clavaria, Hymenochaete, Ramaria, Xylaria.
  • Een tautoniem, d.w.z. een gelijkluidende geslachts‑ en soortnaam is in de mycologie i.t.t. de zoölogie niet toegestaan. Als het prioriteitsprincipe hiertoe aanleiding geeft dan wordt de op één na oudste soortnaam genomen. Voorbeeld: Crucibulum crucibulum wordt Crucibulum laeve.
  • De naam moet geldig, d.w.z. legitiem gepubliceerd zijn. Hiervoor moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan:
  • Publikatie in een algemeen toegankelijk drukwerk, zoals een boek, wetenschappelijk tijdschrift, proefschrift e.a.. Publikatie in een niet‑wetenschappelijk tijdschrift geldt als dit vóór 1 januari 1953 gebeurde.
  • Eenduidige opgave van de rang en een duidelijke verklaring dat het een nieuw taxon betreft door het toevoegen van aanwijzingen als "spec. nov." (nieuwe soort), "gen. nov." (nieuw geslacht), "sect. nov." (nieuwe sectie) e.a.. Ook dit geldt niet als publikatie  vóór 1953 plaatsvond.
  • Aanwezigheid van een diagnose (een beknopte beschrijving, zie daar) in de Latijnse taal. Vóór 1 januari 1935 gepubliceerde namen zijn ook geldig als de diagnose in een andere taal dan het Latijn zijn opgesteld.
  • Geldigheid van de bijbehorende geslachtsnaam (in onderhavige of vroegere publikaties). Publikatie van een nieuwe soort met een ongeldige geslachtsnaam is dus niet geldig, wel als de geslachtsnaam legitiem gepubliceerd werd maar vanwege het prioriteitsprincipe niet geldig is.
  • Aangeving van het nomenclatorische type. Bij een soort is dit  een bepaald exemplaar of exsiccaat (onder vermelding van vindplaats, datum, vinder), bij een geslacht een bepaalde soort, bij een familie een bepaald geslacht. Vóór 1 januari 1958 gepubliceerde namen zijn ook zonder opgave van het type geldig.
  • Aangeving van een nieuwe combinatie of een verandering in rang dmv. "comb. nov." (nieuwe combinatie) of "stat. nov." (nieuwe rang). De oorspronkelijke naam (basioniem) moet eenduidig geciteerd en geldig gepubliceerd zijn. Is het basioniem niet geldig dan is ook de nieuwe combinatie niet geldig.  

Bij het citeren van de auteursnaam van een legitiem gepubliceerde naam van een zwam gelden o.a. de volgende regels:

  • De naam van de auteur of een afkorting daarvan wordt achter de naam van de zwam geplaatst, eventueel nog gevolgd door het jaartal van publikatie. Voorbeeld: Bulliard publiceerde na 1753 de naam Boletus piperatus. De volledige naam luidt: Boletus piperatus Bull.
  • Als de naam werd gepubliceerd vóór de hiervoor genoemde werken van Persoon en Fries en de naam werd (voor de betreffende groepen van zwammen) door deze auteurs overgenomen (gesanctioneerd), dan wordt de betreffende auteursnaam geciteerd voorafgegaan door een dubbele punt. Voorbeeld: In het hierboven genoemde geval publiceerde Bulliard vóór 1821, maar Fries nam de naam over. De volledige naam luidt dus Boletus piperatus Bull. : Fr. Dit hoeft niet maar wordt wel aanbevolen om de speciale status van de naam aan te geven, van belang b.v. bij het vaststellen of het kiezen van het type.
  • Als een soort wordt herplaatst in een ander geslacht dan worden de namen van de oorspronkelijke auteurs tussen haken geplaatst gevolgd door de naam van de auteur die voor de herplaatsing verantwoordelijk is. Voorbeeld: Bataille bracht later Boletus piperatus over naar het geslacht Chalciporus, zodat de naam nu luidt: Chalciporus piperatus (Bull. : Fr.) Bat..
  • Het tussenvoegsel ex tussen twee auteurs wordt gebruikt als de eerste auteur een naam publiceerde die niet legitiem  was en de tweede auteur dezelfde  naam wel legitiem publiceerde. Voorbeeld: De geslachtsnaam Mariannaea, in 1952 niet legitiem gepubliceerd door Arnaud (een Latijnse diagnose ontbrak), maar overgenomen door Samson, die de naam wel legitiem publiceerde. Naam van het geslacht: Mariannaea Arnaud ex Samson.
  • Het tussenvoegsel ex wordt ook gebruikt bij namen die al vóór 1753 bestonden maar door Linnaeus werden overgenomen. Voorbeeld: Peziza Dill. ex L., voor het eerst gepubliceerd door Dillenius vóór 1753.
  • Bij synoniemen heeft de naam van de sanctionerende auteur voorrang boven de andere namen ook al zijn deze ouder. Voorbeeld: Agaricus nigricans Bull. en Agaricus adustus Pers. hebben beide betrekking op hetzelfde taxon en werden na 1753 maar vóór 1821 gepubliceerd. Fries sanctioneerde de naam van Persoon zodat de zwam nu Agaricus adustus Pers. : Fr. heet. Als Fries de soort niet zou hebben behandeld dan had de zwam Agaricus nigricans Bull. moeten heten met Agaricus adustus Pers. als jonger synoniem.  
  • Bij homoniemen (dezelfde naam is gebruikt voor verschillende zwammen, berustend op verschillende typen) heeft de versie van de sanctionerende auteur voorrang boven de andere homoniemen, ook als die ouder zijn.
  • Bij het citeren van auteursnamen wordt soms gebruik gemaakt van de volgende aanduidingen, die extra informatie bevatten:

Opmerking: Vóór augustus 1983, toen de werken van Persoon en Fries nog golden als "starting points"  voor de nomenclatuur werd het tussenvoegsel ex gebruikt om aan te geven dat de naam reeds vóór het beginpunt werd gepubliceerd maar pas daarna geldig werd. Voorbeeld: Chalciporus piperatus (Bull. ex Fr.) Bat..

Het huidige nomenclatorische systeem heet "binair" omdat de namen van soorten bestaan uit twee delen: De naam van het geslacht (genus) waartoe de soort behoort en de soortaanduiding, die de soort aangeeft. Voorbeeld: Amanita (geslacht) muscaria (soortaanduiding). Deze nomenclatuur is door Linnaeus ingevoerd bij het verschijnen van het hierboven genoemde boek.

In de botanische nomenclatuur worden de volgende rangen onderscheiden (met de bijbehorende voor zwammen geldende uitgang):

afdeling                               -mycota

  onderafdeling                     -mycotina

    klasse                            -mycetes

      onderklasse                   -mycetidae

        orde                            -ales

          onderorde                  -ineae

           familie                      -aceae

             onderfamilie            -oideae

               tribus                    -eae

                 ondertribus          -inae

                 (subtribus)

                     geslacht          -a, -er, -es,

                     (genus)           -on, -um, -us

                       ondergeslacht

                       (subgenus)

                        sectie

                          ondersectie

                          (subsectie)

                            serie

                              soort

                              (species)

                                ondersoort

                                (subspecies, ssp.)

                                 variëteit (var.)

                                   vorm (forma, f.)

nomen confusum

onduidelijke, voor verschillende uitleg vatbare naam.

nomen conservandum

te handhaven (beschermde) naam, te gebruiken ondanks het bestaan van oudere  homoniemen of synoniemen. Ev. van nomina conservanda. Zie ook nomenclatuur.

nomen devalidatum

oorspronkelijk geldige, maar later (door toepassing nomenclatuurregels) ongeldig verklaarde naam.

nomen invalidum

ongeldige naam, d.w.z. hij is niet volgens de regels gepubliceerd.

nomen novum

nieuwe naam, die in plaats komt van een homoniem dat door een nieuwe combinatie zou ontstaan.

nomen nudum

ongeldige wetenschappelijke naam, omdat een beschrijving of diagnose (na 1953 in het Latijn) ontbreekt.

nomen provisorium

provisorische, voorlopige naam.

nomina conservanda

te handhaven (beschermde) namen. Zie ook nomenclatuur.

nova combinatio

nieuwe combinatie.

nucleoli

kernlichaampjes. Zie ook celkern.

 

 



Naar begin
© MYCOFUN, 2007