|
radiaal in de richting van de stralen van een cirkel; straalsgewijs. raduloïd met stompe, cilindrische tandjes. Ramariaceae zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales). ramealis‑structuur van een weefsellaag, die bestaat uit onregelmatig vertakte, koraalachtige, vertakte hyfen, vaak met uitwassen. rang zie taxon. Zie ook taxonomie en nomenclatuur. receptaculum de structuur, die het hymenium draagt; de van het hymenium afgekeerde zijde. reductiedeling zie meiose en kerndeling. regulair zie lamellentrama. reincultuur een cultuur waarin zich slechts één soort organisme bevindt. Meestal wordt het begrip toegepast op een cultuur van micro‑organismen. reniformis niervormig. Zie ook sporevormen. resupinaat van vruchtlichamen, die met de steriele zijde geheel vlak (dus zonder hoedvorming) aan het substraat zijn vastgegroeid. Het hymenium is dus naar buiten gekeerd. Meestal zonder bepaalde vorm. reticulaat van sporen, steel‑ of hoedbekleding, voorzien van een netvormige ornamentatie. reticulatus netvormig; met een net van meer of minder sterke graten. Zie ook ornamentatie. retrogressieve conidiogenese zie conidiën. rev. afkorting van revidit; zie daar. gekontroleerd, opnieuw gedetermineerd (door.....). Zie ook herbarium. revivescent na uitdroging bij bevochtiging weer herlevend. Rhamnus zie bomen en struiken. rhizoïden wortelvormige myceliumstrengen aan de basis van vruchtlichamen. rhizomorfen wortelvormige myceliumstrengen met verstevigde buitenwanden (b.v. bij de Honingzwam (Armillariella mellea)). een in de regel horizontaal en in een bepaalde richting groeiende wortel van een hogere plant. = wortelstok. Rhizopogonaceae zie zwammenrijk (orde Hymenogastrales). Rhytismataceae zie zwammenrijk (orde Phacidiales). Ribes zie bomen en struiken. Richoniellaceae zie zwammenrijk (orde Agaricales). Ridderzwammen zie zwammenrijk (orde Agaricales). ringvormig, vliezig of wollig‑vezelig, soms slijmig orgaan aan de steel, dat ontstaat doordat de hoedhuid doorgroeit tot op de steel of als overblijfsel van het velum partiale. = manchet. ringzône zône op de steel waarop nog zwak te zien is waar de ring gezeten heeft. Robinia zie bomen en struiken. zie Uredinales. Zie ook zwammenrijk. = Roestzwammen. Roestzwammen zie Roesten. Rosa zie bomen en struiken. aantasting van hogere planten door zwammen. Afhankelijk van het plantendeel dat wordt aangetast onderscheidt men wel bladrot, stengelrot, stamrot, wortelrot, vruchtrot. Bij de aantasting van hout (houtrot) worden de verschillende typen van aantastingen ook wel aangegeven met de kleurveranderingen die zij veroorzaken, zoals bruinrot, witrot, blauwrot, roodrot e.a. Een andere aanduiding is gebaseerd op de verschijningsvorm van de aantasting, zoals kubiekrot (aantasting in alle richtingen, waarbij een blokjesstructuur ontstaat), zachtrot (volledig zacht worden van het hout), alveolair rot (er ontstaan talrijke holten), tubulair rot (er ontstaan buisvormige holten), lamellair rot (het hout splijt in dunne lagen). Deze verschijningsvormen hangen af van de wijze waarop en de mate waarin de houtstoffen cellulose en lignine en verwante stoffen in het hout worden afgebroken. De meest karakteristieke vormen van de aantasting van hout zijn:
Het type aantasting is constant per soort, soms ook per geslacht. Zie ook mineralisatie. rotting zie mineralisatie en rot. Rouwridderzwammen zie zwammenrijk (orde Agaricales). Rubus zie bomen en struiken. rudimentair onontwikkeld, onduidelijk gedifferentiëerd. rugosus rimpelig; voorzien van een patroon van zwakke of sterke rimpels. Zie ook ornamentatie. Ruitertjes zie zwammenrijk (orde Agaricales). Russulaceae zie Russulales en zwammenrijk (orde Russulales). klasse: Basidiomycetes, groep: Hymenomyceten; orde van zwammen met als belangrijkste familie de Russulaceae. De vruchtlichamen hebben een duidelijke hoed en steel en zijn hard, vlezig of broos wegens de aanwezigheid van sferocysten (kogelcellen) in het weefsel (heteromere structuur). Het hymenofoor bestaat uit moeilijk van hoedweefsel los te maken lamellen. Sporée wit tot okergeel. Sporen met opvallende, min of meer net‑ tot stekelvormige, amyloïde ornamentatie. De familie Russulaceae bestaat uit twee geslachten:
= Russula's. = Saterstoelen.
= Melkzwammen. Russula's zie Russulales en zwammenrijk (orde Russulales). = Saterstoelen.
|
![]() ![]() Naar begin |
| © MYCOFUN, 2007 | ||