Paddenstoelen

Woordenboek

T


Naar begin woordenboek

Naar begin

Naar boven


T.

 

Taailingen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

Taaiplaten

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

tandje

met tandje aangehecht: Van aanhechting van lamellen en buisjes. Zie aanhechting.

tautoniem

een gelijkluidende naam voor het geslacht en de soort (is in de mycologie i.t.t. de zoölogie niet toegestaan). Zie ook nomenclatuur.

taxa

meervoud van taxon, zie daar.

taxon

in de taxonomie een groep van welke rang ook. Zo zijn het geslacht Amanita, de soort Amanita muscaria en de klasse Agaricales alle drie taxa. De categorieën geslacht, soort, klasse enz. zijn rangen. Zie ook taxonomie en nomenclatuur. (mv. taxa).

taxonomie

of biologische systematiek is de studie van de diversiteit van de levende organismen (d.w.z. van de systematische groepen planten en dieren) en van de manier waarop deze tot stand komt. De taxonomie in engere zin houdt zich bezig met de inventarisatie (classificatie) en de beschrijving van alle nu bekende en beschreven levende soorten planten en dieren (de taxa). Bij het beschrijven en ordenen van deze veelheid aan vormen wordt gebruik gemaakt van een taxonomische hiërarchie. Deze bestaat uit een reeks ordeningsbegrippen van opklimmende rang: soorten worden samengevat tot een geslacht (genus), genera tot een familie, enz. Ieder afzonderlijk taxon behoort tot een van deze rangen en heeft een naam. Zie ook nomenclatuur.

Taxus

zie bomen en struiken.

teleomorf

van Ascomycetes met sexuele sporen (perfecte vorm met asci).

teleutosporen

zie Uredinales.

teliosporen

brandsporen. Zie ook Ustilaginales.

telofase

zie kerndeling.

Terfeziaceae

zie zwammenrijk (orde Tuberales).

terminaal

aan het uiteinde.

terristrisch

grondbewonend.

tertiair mycelium

het mycelium dat de vruchtlichamen vormt. Zie ook voortplanting.

tetrapolaire heterothallie

zie heterothallisch. Zie ook voortplanting.

textura

de wijze waarop een weefsel is samengesteld uit b.v. kristallen, korrels, vezels of cellen. Onderscheiden worden (naar Eckblad, 1968):

textura angularis

textura globulosa

textura prismatica

textura intricata

textura epidermoidea

textura oblita

textura porrecta

gelatineus weefsel

= textuur.

textuur

zie textura.

thalloconidiën

zie conidiën.

thallus

het geheel van vegetatieve cellen en structuren van een zwam (bij de hogere planten te vergelijken met wortels, stengel en bladeren).

Thelephora

zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales).

Thelephoraceae

zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales).

Thermoascaceae

zie zwammenrijk (orde Eurotiales).

thermofiel

van zwammen, die goed gedijen bij 50 graden C. (minimum groeitemperatuur 20 graden C.).

Thuja

zie bomen en struiken.

Tilia

zie bomen en struiken.

Tilletiaceae

zie zwammenrijk (orde Tilletiales).

Tilletiales

klasse: Basidiomycetes;

orde van zwammen , die verwant is aan de orde Ustilaginales; zie daar. Vormt samen met deze rde de Branden of Brandzwammen. Zie ook zwammenrijk.

tomentum

wollige, viltige bekleding van een deel van een vruchtlichaam, meestal de bovenzijde van de hoed of het tegen het substraat aanliggende deel van resupinate vruchtlichamen.

Torrendiaceae

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

toxicum

vergif.

toxicologie

leer der vergiften.

toxicose

vergiftiging.

trama

het vlees van een vruchtlichaam (van hoed, steel en lamellen, niet van de oppervlaktestructuren), bestaande uit met elkaar vervlochten, maar niet vergroeide hyfen, die naar vorm en richting kunnen verschillen. Zie ook lamellentrama.

= vruchtvlees.

tranend

van lamelsnede, gaatjesrand, steeltop, waarop zich vloeistofdruppels afscheiden.

transversaal

in dwarsrichting.

Trechtertjes

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

trechtervormig

van hoedvorm. Zie hoedvormen.

Trechterzwammen

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

tremella-achtig

gelatineus zoals de vruchtlichamen van het geslacht Tremella.

Tremellaceae

klasse: Basidiomycetes,

groep: Hymenomyceten,

groep: Heterobasidiomyceten,

orde: Tremellales;

familie van zwammen die o.a. de geslachten Tremella en Exidia en de soort Pseudohydnum gelatinosum (Stekeltrilzwam) bevat. Zie ook zwammenrijk.

Tremellales

klasse: Basidiomycetes,

groep: Hymenomyceten,

groep: Heterobasidiomyceten;

orde van zwammen, die meestal saprofytisch leven op houtige substraten. De vruchtlichamen zijn meestal gelatineus of wasachtig. Tot deze orde behoren o.a. de geslachten Tremella en Exidia en de soort Pseudohydnum gelatinosum (Stekeltrilzwam). Zie ook zwammenrijk.

= Trilzwammen.

tribus

zie nomenclatuur.

Trichocomaceae

zie zwammenrijk (orde Eurotiales).

Tricholomataceae

zie zwammenrijk (orde Agaricales).

trichoderm

hoedhuid met opstaande, met elkaar verweven hyfen, min of meer loodrecht op het oppervlak staand, maar niet strikt evenwijdig lopend en geen hymeniforme laag vormend. Hierdoor ontstaat een fluwelig tot viltig uiterlijk. In geval het trichoderm gelatineus is, spreekt men ook wel van ixotrichoderm. Zie ook hoedhuid.

trichotoom

zie vertakking.

Trilzwammen

zie Tremellales. Zie ook zwammenrijk.

trimitisch

van weefsel, dat bestaat uit drie soorten hyfen: generatieve hyfen, skelethyfen en verbindingshyfen. Zeer harde zwammen. Zie ook hyfensystemen.

Truffels

in zeer ruime zin de Hypogaea, zie daar; in engere zin de orde Tuberales, zie daar; in nog engere zin  de in Italië en Frankrijk gekweekte Tuber‑soorten. Zie ook zwammenrijk.

Tsuga

zie bomen en struiken.

Tuberaceae

zie zwammenrijk (orde Tuberales).

Tuberales

klasse: Ascomycetes,

groep: Discomyceten;

orde van zwammen, waarvan de vruchtlichamen ondergronds (hypogeïsch) groeien. Deze zijn groot, meestal vlezig of wasachtig. De asci zijn geplaatst in een hymenium of verspreid in het weefsel, zij zijn cilindervormig tot bolrond, inoperculaat en hebben 8 of minder sporen. Zie ook zwammenrijk.

= Truffels.

Tuberculariaceae

zie zwammenrijk (orde Moniliales).

tuberculosus

bultig; met meer of minder talrijke bulten. Zie ook ornamentatie.

tubulair rot

zie rot.

Tulasnellaceae

klasse: Basidiomycetes,

groep: Hymenomyceten,

groep: Heterobasidiomyceten,

orde: Tulasnellales;

familie van zwammen. Zie ook zwammenrijk.

Tulasnellales

klasse: Basidiomycetes,

groep: Hymenomyceten,

groep: Heterobasidiomyceten;

orde van saprofyten en facultatieve plantenparasieten aan de bodemoppervlakte of ook orchideeën‑symbionten. De vruchtlichamen zijn effuus, slijmig of gelatineus of wasachtig of droog of spinnewebachtig of korstvormig en leerachtig. Zie ook zwammenrijk.   

Tulostomataceae

zie zwammenrijk (orde Tulostomatales).

Tulostomatales

klasse: Basidiomycetes,

groep: Gasteromyceten;

orde van zwammen, waarvan de vruchtlichamen epigeïsch groeien en het fertiele deel min of meer bolrond en duidelijk gesteeld is. Het peridium is enkelvoudig of gelaagd. Het gleba is stofachtig met capillitium (tenminste in een vroeg stadium). Zie ook zwammenrijk.

type

zie nomenclatuur.

typenmethode

zie nomenclatuur.

tyrosine

kleurstof, aanwezig in sommige Russula's, die het vlees van deze zwammen, blootgesteld aan de lucht, onder inwerking van een enzym, laat verkleuren van wit of geel via rozerood en bruinrood naar zwart. Dit verschijnsel komt o.a. voor bij de Grofplaatrussula (Russula nigricans).

 

 



Naar begin
© MYCOFUN, 2007