Paddenstoelen

Woordenboek

U


Naar begin woordenboek

Naar begin

Naar boven


U.

 

uitgebocht

van aanhechting van lamellen en buisjes. Zie aanhechting.

Ulmus

zie bomen en struiken.

umbo

een bult in het centrum van de hoed, meestal vrij breed en stomp.

umbonaat

voorzien van en umbo.

uniseriaat

van sporen die in één rij in de asci liggen.

unitunicaat

van Ascomycetes, waarvan de ascuswand enkelvoudig (éénlagig) en min of meer dun is.

Uredinales

klasse: Basidiomycetes;

orde van obligate plantenparasieten met een vaak ingewikkelde ontwikkelingscyclus van pycnidiosporen (0), aecidiosporen (1, dikaryotisch, oranjegeel, fijn wrattig, ééncellig, in ketens), uredosporen (2, bruin, wrattig, min of meer dunwandig, ééncellig, gesteeld), teleutosporen (3, bruin, glad of grof wrattig, dikwandig, één- tot vijfcellig, al dan niet gesteeld) en basidiosporen (4, haploïd). De sporenvormen 1, 2 en 3 zijn meestal macroscopisch waarneembaar; de teleutosporen (de perfecte vorm) zijn het belangrijkst voor de systematische indeling. De meest oorspronkelijke roesten zijn aan twee verschillende waardplanten gebonden (heteroecisch), vele afgeleide soorten hebben maar één waardplant (autoecisch) en vormen vaak niet meer alle vijf sporevormen, maar hebben een eenvoudiger levenscyclus. Zie ook zwammenrijk.

= Roesten; = Roestzwammen.

uredosporen

zie Uredinales.

urniform

zie basidiënvormen.

Ustilaginaceae

zie zwammenrijk (orde Ustilaginales).

Ustilaginales

klasse: Basidiomycetes;

orde van waard‑specifieke parasieten van granen, grassen en vele andere planten. De parasitaire myceliumfase is dikaryotisch, de haploïde fase is gistachtig. De karakteristieke, donkere, geornamenteerde brandsporen, ook teliosporen genoemd, soms in bolvormige sporenhoopjes (sori) gevormd, zijn de rustsporen, waaruit een promycelium ontkiemt, dat op zijn beurt basidiosporen (sporidia) vormt.  Met de orde Tilletiales  Branden of Brandzwammen genoemd. Zie ook zwammenrijk.   

 

 



Naar begin
© MYCOFUN, 2007