|
W.
Waaiertje zie zwammenrijk (orde Agaricales). waardplant plant, waarop een zwam parasiteert. Wasplaten zie zwammenrijk (orde Agaricales). Weerschijnzwammen zie zwammenrijk (orde Aphyllophorales). witrot zie rot. wortelend van de steel, die diep in de bodem steekt, vaak spoelvormig verdikt is en naar onderen geleidelijk dunner wordt. wortelrot zie rot. wortelstok zie rhizoom. Worteltruffel zie zwammenrijk (orde Hysterangiales). wrattig van het oppervlak (van b.v. sporen) met kleine afzonderlijke verheffingen (als wratten).
xanthochroïsch van vruchtlichamen (van Korstzwammen), die in KOH geelbruin tot donker bruin, vaak donker kleuren. Xylariaceae zie zwammenrijk (orde Sphaeriales). xylofaag hout verterend.
zachtrot zie rot. Zakjeszwammen zie Ascomycetes. zemelig als met zemelen bedekt; korrelig‑melig. Zijdetruffels zie zwammenrijk (orde Hymenogastrales). zilvernitraat zie chemicaliën. zoutzuur zie chemicaliën. zuurgraad zie pH. zwamdraden zwammen zie fungi. op een aparte pagina is een indeling gegeven van het zwammenrijk volgens het schema: afdeling/klasse/orde/familie (alleen voor de Ascomycetes, Basidiomycetes en Deuteromycetes). Zie hier. Zwamgasten zie zwammenrijk (orde Agaricales). zwamsteen een vrij groot en hard sclerotium in de grond, van waaruit sommige polyporen groeien. zwamvlok zie mycelium. zwamwortel zie mycorrhiza. Zwarte meeldauwschimmels zie Plectomyceten en Meliolales. Zie ook zwammenrijk. Zwavelkoppen zie zwammenrijk (orde Agaricales). zwavelzuur zie chemicaliën. zweetsyndroom vergiftiging, die het gevolg is van muscarine; zie daar. zygote het versmeltingsprodukt, ontstaan bij de voortplanting, van een mannelijke en een vrouwelijke gameet, waaruit zich het nieuwe organisme ontwikkelt, waarin ten slotte na meiose weer gameten ontstaan. Een zygote is diploïd.
|
![]() ![]() Naar begin |
| © MYCOFUN, 2007 | ||