|
De basisbouwsteen van de Trekharmonica is een metalen stripje (tong), dat aan één zijde is ingeklemd en naar beide zijden vrij kan trillen (doorslaande tong). Als deze tong in trilling wordt gebracht door een luchtstroom, brengt hij een toon voort, waarvan de hoogte afhangt van de materiaaleigenschappen en afmetingen van de tong. Aan beide zijden van de Trekharmonica is een reeks van deze tongen ingebouwd, rechts om de melodie voort te brengen (melodiekant of diskant), links om de begeleiding te verzorgen met behulp van bassen, bestaande uit grondbassen en akkoorden (baskant). De harmonicafamilie De Mondharmonica en Accordeon zijn gebaseerd op hetzelfde principe. Zij behoren met de Trekharmonica tot de familie van de tonginstrumenten. Hiertoe behoren ook de Sheng, afkomstig uit Azië en waarschijnlijk de voorvader van alle tonginstrumenten, het Harmonium, de Concertina, de Bandonion, beroemd gemaakt door Carel Kraayenhof bij het huwelijk van Maxima met Willem Alexander (zie en hoor op bijgaande link!). De trekharmonica is nauw verbonden met de volksmuziek. Dan denk je al snel aan heel vroeger, enkele eeuwen geleden. Maar zo oud is de trekharmonica niet. Hij werd in het begin van de 19de eeuw ontwikkeld uit de mondharmonica en pas halverwege die eeuw op enige schaal geproduceerd door een firma die nu nog grote bekendheid geniet: Hohner. Het instrument verhuisde met emigranten mee naar de nieuwe wereld, waar zich weer geheel nieuwe muziekstijlen ontwikkelde zoal de reeds genoemde Tex-Mex en Cajun. Eigenschappen: diatonisch en wisseltonig. De trekharmonica heeft de volgende basiseigenschappen: hij is diatonisch en wisseltonig. Dit vraagt om enige uitleg.
Bekijken we deze tabel dan zien we in eerste rij de ons allen bekende toonladder, zoals we hem op school geleerd hebben. In de tweede rij is de toonafstand tussen de tonen weergegeven. Tussen de mi en de fa en de ti en de do zit dus een halve toonafstand, tussen de andere een hele. Toonladders met deze structuur heten diatonisch. Maken we zo'n toonladder startend met de begintoon C (de grondtoon) dan past deze naadloos. Tussen de E en de F en B en de C zit een halve toonafstand. Op de piano zit op die plaats geen zwarte toets.
Maar we kunnen zo'n toonladder ook maken startend met een andere grondtoon, b.v. de F. Dan moeten we echter de B verlagen tot Bes om een halve toonafstand te krijgen. Startend met de G moeten we de F verhogen tot Fis. Deze toonladders heten behalve diatonisch ook majeur. Zij hebben een vrolijk karakter. Als de toonladder van C op het instrument aanwezig is, kan in principe ook de zogenaamde parallelle mineurladder Am (ook diatonisch) gespeeld worden, hij bevat immers dezelfde tonen. De paralelle toonlader van F is Dm en van G Em.
Of deze toonladders ook in de praktijk kunnen worden gespeeld, hangt van de begeleiding aan de baskant af. Ik kom daar zo nog op terug. Toonladders in mineur klinken weemoedig. Op een trekharmonica zitten aan de melodiekant alleen diatonische toonladders. Dan de tweede eigenschap. Het wisseltonig zijn houdt in dat een ingedrukte knop bij het induwen van de balg een andere toon voortbrengt dan bij het uittrekken. Vergelijken we nu de trekharmonica met de accordeon dan verschilt de laatste in beide eigenschappen van de eerste. Een accordeon is chromatisch hetgeen wil zeggen dat alle "halfjes", de mollen en kruisen, de zwarte toetsen van de piano dus, er op zitten. Verder produceren de knoppen (toetsen) bij het duwen en trekken van de balg dezelfde toon. Een accordeon is dus niet wisseltonig. Bovengenoemde eigenschappen geven de trekharmonica zijn eigen specifieke karakter. Om te beginnen kun je er niet alle muziek op spelen. Komen er te veel mollen en kruisen voor in een stuk, dan kom je al snel in de problemen. Om een melodietje te spelen moet je soms, of wil je zelfs juist, flink "heen en weren" met de balg. Dat geeft een stuk een heel dynamisch karakter. Bassen en akkoorden Maar, we moeten ook nog even kijken wat er aan de baskant gebeurt. Daarvoor moeten we even ingaan op de bassen, bestaande uit de grondbassen en akkoorden. De gondbas is de (lage) eerste toon uit een toonladder. Een akkoord is een drieklank, drie tonen die tegelijkertijd gespeeld worden. Hierbij is het zo dat een akkoord alleen "lekker" klinkt als de tonen waaruit het is samengesteld niet naast elkaar liggen. Maar laten we eerst eens een concreet instrument in ogenschouw nemen: een tweerijer in de stemming CF. Dit wil zeggen dat op de melodiekant twee rijen knoppen zitten met op de buitenrij de toonladder van C en op de binnenrij de toonladder van F.
De knoppen zijn genummerd van boven (kin) naar beneden (knie), waarbij de cijfers op de binnenrij zijn voorzien van een accent. De knoppen 1 en 1' behoren niet tot de diatonische ladders en blijven even buiten beschouwing. Van knop 5' moeten de letters C en D even verwisseld worden (we gaan er even vanuit dat de knop 5' niet gedraaid is zoals dat heet). In onderstaande tabel zijn voor toonladders die een rol spelen op dit instrument (C en F en de paralelle toonladders Am en Dm) voor elke toontrap de akkoorden samengesteld (de bijzondere trap VII bijft buiten beschouwing):
Een akkoord heet groot als de afstand tussen de eerste en tweede toon van het akkoord, dus de eerste en derde toon van de toonladder (terts) 2 toonafstanden bedraagt (grote terts) en klein (mineur) als deze afstand 1½ toonafstand is (kleine terts). Van belang zijn vooral het Hoofdakkoord, het Subdominant akkoord en het Dominant akkoord (dat nooit in mineur staat). Ik probeer nu, los van allerlei theoretische overwegingen, een logisch verband te leggen tussen de melodiekant en de baskant. We zien dat op de melodiekant de tonen C, E en G van de C-ladder allemaal geduwd onder de knoppen zijn gezet. Dat geldt ook voor de tonen F, A en C van de F-ladder. Logisch, want nu kunnen ze links worden ondersteund door de eveneens geduwde bassen C/c en F/f (grondbas/hoofdakkoord). De geduwde F en A (buitenrij) en Bes en D (binnenrij) worden ook nog ondersteund door een geduwde F/f (die we al hadden) en de Bes/bes aan de baskant. Getrokken op buitennerij zitten de tonen B, D, F en A en op de binnenrij E, G, Bes en D. Dus vinden we links getrokken de bassen G/g, D/dm en C/c, Bes/bes. Met de toonladder Dm kunnen we ook uit de voeten met de getrokken bassen D/dm, de getrokken G/gm (waarbij we gm, dat niet op het instrument zit, benaderen met G+bes) en de geduwde A/a. De toonladder Am wordt niet voldoende ondersteund, immers we missen aan de baskant E/e. Toonsoorten Conclusie: Op een CF-instrument kan alleen gespeeld worden in de toonsoorten C, F en Dm. Dat is wel eens lastig als je met andere instrumenten wil samenspelen. Vaak kan de trekharmonica dan niet de toonsoorten aan die op die andere instrumenten gespeeld worden. De CF-trekharmonica komt in Nederland het meest voor. In andere Europese landen zie je veel GC, maar andere combinaties als AD en F/Bes komen ook voor. Dat diatonische van deze trekharmonica's is nou ook weer niet zó diatonisch, want in de praktijk wordt hiermee een beetje gefoezeld. Op een tweerijer zijn op de eerste knop van beide rijen worden wat mollen en kruisen geplaatst om het spelen van bepaalde deuntjes mogelijk te maken. Soms wordt zelfs een extra rij met mollen en kruisen toegevoegd (zie ook Soorten trekharmonica's). De gedraaide 5'-toets Ik noemde al de gedraaide vijfde toets op de binnenrij. "Normaal" bevat die geduwd een C en getrokken een D. Vaak is die toets "gedraaid" en bevat dan geduwd een D en getrokken een C. Waarom? Dat legt Joop van Doorn haarfijn uit op zijn website, waarop trouwens nog meer leuke artikelen staan over de trekharmonica. Soorten trekharmonica's De reeds door mij genoemde Cajun-muziek wordt gespeeld op een éénrijer (melodion) in verschillende stemmingen b.v. C. Er bestaan ook drierijers, met drie verschillende toonladders, meestal GCF. Een 2,5-rijer bevat twee toonladders, op de eerste en tweede rij, terwijl er op de derde rij weer een aantal mollen en kruisen zijn geplaatst. Een heel speciaal geval is de Steirische harmonica, waarbij vooral de zogenaamde heliconbassen speciaal zijn (heel diep klinkend, als van een tuba). Met deze harmonica wordt vooral Duitse en Oostenrijkse volksmuziek gespeeld. Meerkorig Er is nog iets dat je moet weten van de trekharmonica. Als een toon wordt voortgebracht, gebeurt dat niet doordat één tong in trilling wordt gebracht, maar meestal 2, soms ook 3 en zelfs 4. Zo'n instrument heet 2-, 3- of 4-korig. Nu is het een bekend natuurkundig verschijnsel dat als tegelijkertijd twee tonen worden voortgebracht die een klein beetje verschillen in frequentie er een zweving ontstaat. Voor sommige deuntjes, b.v. echte meezingers, is dit leuk, voor andere ook weer niet. Hoe minder zweving, hoe "droger" het instrument zoals dat heet. Trillen er nog meer tongen mee dan geven die dezelfde toon maar in een ander (lager) oktaaf. Ook dit geeft weer een eigen sfeer. Met een zogenaamd register (aan de melodiekant) kun je deze tonen in- en uitschakelen. Ook de baskant is soms voorzien van een register. Dit heeft dan tot doel om de terts (de twee toon) uit de akkoorden te halen. De luchtknop Ik zou ook nog terugkomen op de zogenaamde luchtknop aan de baskant. Door deze knop (met de duim) in te drukken kun je met de balg tijdens het spelen extra lucht inlaten of uitblazen en de balg meer uittrekken of induwen. Dit is op een trekharmonica soms zeer noodzakelijk. Laten we eens aannemen dat je in een bepaalde melodie heel veel geduwde tonen achter elkaar moet spelen, dan loop je de kans dat je de balg dicht drukt en dat is dan einde verhaal, er komt niets meer uit. Wat je nou moet doen is tijdens het spelen van een of meer getrokken tonen vlak vóór de reeks geduwde, de luchtknop induwen waardoor je de balg extra kunt uittrekken om ruimte te creëren voor de reeks geduwde tonen. Ook het omgekeerde komt voor. Het is wel even oefenen om deze knop te gebruiken zonder het spelen van de melodie te verstoren. Een leuk filmpje Een ontzettend leuk filmpje over de trekharmonica vind je op de link hiernaast. De trekharmonicagemeenschap De trekharmonicagemeenschap in Nederland heeft zich verenigd rondom de website De Harmonicahoek. Hierin vind je werkelijk alles wat met dit instrument te maken heeft. De drijvende kracht achter deze website is Eduard Bekker. Ga de site bezoeken, dan is verdere uitleg overbodig. Ik heb zelf ook een hoekje op deze Harmonicahoek in verband met een activiteit die is gerelateerd aan het muzieknotatieprogramma TablEdit, maar daarover op een andere pagina meer. Meer informatiebronnen zijn opgenomen op de pagina Links. Vermeldenswaard is ook een actieve emailgroep waarin de deelnemers allerlei infomatie uitwisselen. Hiervoor moet je je wel aanmelden. Tijdschriften Ook in het kwartaalblad Klank komt de trekharmonica in al zijn variaties regelmatig aan de orde (naast andere tonginstrumenten). Met bovenstaande informatiebronnen kan je m.b.t. de trekharmonica weinig meer ontgaan. |
![]() Mijn muziek De trekharmonica Tabulatuur TablEdit Bladmuziek Bezienswaardigheden Wetenswaardigheden Links ![]() ![]() ![]() Melodiekant ![]() ![]() Een filmpje ![]() ![]() ![]() Naar begin |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| © MYCOFUN, 2007 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||