|
Belangstelling voor muziek heb ik van huis uit meegekregen. Als jongetje probeerde ik zelf muziek te maken op een schoolfluit zoals hij heette (een plastic blokfluit) en later ook op een mondharmonica, maar dat zette niet door. Ik was toen ook lid van een jongenskerkkoor, dat vooral dank zij een getalenteerde sopraan en alt een hoog niveau bereikte en zelfs voor de radio optrad. Als opgroeiende tiener (ik spreek over de jaren vijftig van de vorige eeuw) zorgde mijn drie jaar oudere zus er voor dat ik op de hoogte werd gehouden van de ontwikkelingen op het gebied van de popmuziek (o.a. door middel van het tijdschrift Tuny Tunes) en mijn vader leerde mij klassieke muziek te waarderen. Op zondagmiddag werd tijdens de maaltijd de Hitparade aangezet en dansten we op deze muziek! Hieraan terug denkend passeren onder andere namen als Perry Como, Les Paul & Mary Ford, Rosemary Clooney, Jo Stafford, Nat King Cole, Frankie Laine, Caterina Valente en nog wat later, in mijn puberteitsjaren, Bill Haley and His Comets, Elvis Presley, Fats Domino, The Platters, de Everly Brothers, Buddy Holly. En vergeet ook de Nederlandse sterren niet, zoals Joop de Kneght, Olga Lowina en De Limburgse zusjes, Johnny Jordaan. De dixielandmuziek, vertolkt door The Chris Barber Band en de Dutch Swing College Band werd mateloos populair en werd veel op feestjes gespeeld. Allemaal muziek die veel jeugdherinneringen oproept. Mijn vader vertelde mij het verhaal van de Pastorale van Beethoven. Boeiend vond ik het, vooral de donderende en bliksemende onweersscene.
Zijn platenverzameling was niet uitgebreid, maar bevatte wel een aantal echte klassiekers, zoals, op één plaat, het Vioolconcert van Bruch in G mineur en dat van Mendelsohn in E mineur. Ik kan ze nog meeneuriën en heb ze vele malen "gedirigeerd". Toen ik een tijd geleden probeerde deze muziek te digitaliseren, was er geen beginnen meer aan. De plaat was werkelijk stuk gedraaid. Maar ook het Pianoconcert nr. 5 van Beethoven, het Vioolconcert in D groot van dezelfde componist met solisten als Wilhelm Kempff en Arthur Grumiaux en de Jupiter Symfonie van Mozart vond ik prachtig. En hetzelfde geldt voor de Vioolconcerten nr. 1 en 4 van de duivelskunstenaar Paganini. En op zondagmiddag werd door mijn vader in zijn luie stoel steevast geluisterd naar het Belcanto-programma op de Belgische radio. Als kinderen vonden we dat nu niet altijd even leuk. In mijn studietijd deed ik mijn eigen ontdekkingen. De Symfonie nr. 3 van Saint-Saëns, de Orgelsymfonie, maakte een overweldigende indruk op mij. Prachtige muziek! En van de spaarzame guldens die ik toen had, kocht ik van dezelfde componist ook het Pianoconcert nr. 2 en het Vioolconcert nr. 3. Ook de Watermusic van Händel schalde regelmatig over het Pastoor van Arspleintje in Eindhoven waaraan ik toen op kamers was. Een markante muzikale herinnering dateert van 1961 toen het nummer Wheels van The String-A-Longs de begeleiding vormde van een ontluikende liefde. Van haar kreeg ik de koffergrammmofoon waarmee ik mijn lievelingsmuziek kon afspelen. Maar muziek bleef een passieve bezigheid, d.w.z. alleen maar luisteren. Ik onderging de Beatles- en Rolling Stones-rage (met een voorkeur voor de eerste groep) in de jaren 60, werd gegrepen door het duo Simon en Garfunkel en later ook door Paul Simon solo. De TV-uitzending van het reünieconcert van deze twee artiesten in het Central Park van New York in 1981, met een ongelooflijk enthousiast publiek, waarvan ik mij deel voelde, staat mij nog scherp voor de geest. Eind jaren 70 raakte ik in de ban van de Dire Straits, met het mooie nummer The Sultans of Swing. Ik ben deze groep en later Mark Knopfler solo blijven volgen tot recent toen de CD All the Roadrunning uitkwam van Mark Knopfler met een andere favoriet van mij Emmylou Harris. Dat die twee bij elkaar kwamen verbaast mij niet, immers de muziek van Knopfler heeft toch een zekere verwantschap met de Country en Western muziek, waarvan ik ook een liefhebber ben en waarvan Emmylou Harris een typische vertegenwoordigster is. Met een paar zevenmijlslaarzenstappen waarin onder andere voorbij flitsen Albert Hammond, Bryan Ferry met en zonder Roxy Music, de Bee Gees, Tanita Tikaram, Abba, Barbera Streisand, Franse chansonniers als Gilbert Becaud, Charles Aznavour en niet te vergeten Julien Clerc, de Limburgse groep Rowwen Hèze, maar ook de mooie filmmuziek van Morricone en de musicalcomposities van Andrew Lloyd Webber, echter door gebrek aan tijd wat minder klassieke muziek, geraak ik in de eenentwintigste eeuw, tevens het startpunt van mijn pensionering. Ik heb eigenlijk altijd zelf muziek willen maken en benijdde mensen die dat konden, zoals een goede vriend van mij, die prachtig piano speelt. Maar het kwam er nooit van. Toen ik met pensioen ging, dacht ik: het is nu of nooit, nu heb ik de tijd. Dat was snel beslist, maar dan de volgende stap: welk instrument. Ik kwam op een idee toen een zus van mij van haar man een accordeon kreeg. Dat was het! Op zoek naar een leverancier ontdekte ik tot mijn verbazing dat er een bouwer van dit instrument bij mij in de buurt woonde, in Heeze: Frans van der Aa. Deze legde mij uit dat hij geen gewone accordeons maakt maar diatonische, ofwel Trekharmonica's, ofwel Trekzakken. Prachtige instrumenten waarvan ik het bestaan niet kende. Ik was er direct van gecharmeerd. Wat mij vooral opviel was het warme geluid dat het instrument produceert. Over de trekharmonica zelf op de volgende pagina meer. Ik kocht bij Frans van der Aa een Weltmeister, een niet zo duur instrument om het uit te proberen. Leraren op de trekharmonica bleken niet dik gezaaid en ik vond er uiteindelijk een in Druten: Joop van Doorn van het Maas en Waals TrekZakInstituut met zijn lesboek (inclusief CD, waarop hij alle nummers voorspeelt): Trekharmonika: Handleiding voor de tweerijer met gedraaide toets. En dit was een gouden greep. Een inspirerende docent en een fantastische muzikant, die het instrument haarfijn aanvoelt. Ik heb nu al vijf jaren les van hem en elke les is weer boeiend. Ik heb inmiddels ook een nieuw instrument aangeschaft, een prachtige Castagnari-Hascy. Ik moet er aan toevoegen dat het, zonder enige muzikale achtergrond en scholing (ik kan geen noten lezen, maar daarvoor bestaat, zoals nog zal blijken, gelukkig een alternatief), niet meeviel, vooral in het begin. Maar er is progressie en wat telt is het plezier dat je er in hebt en dat is nog steeds volop aanwezig. Maar terug naar de muziek zelf. De trekharmonica heeft mij in contact gebracht met andere muziekstijlen. Op de eerste plaats natuurlijk de volksmuziek, waar de oorsprong van de trekharmonica ligt. De verschillende soorten dansmuziek zoals de bourree, mazurka, jig, scottish enz, maar ook de per land verschillende stijlen. En ook hier natuurlijk een aantal grootheden in het vertolken van deze muzieK: Kepa Junkera (Spanje-Baskenland), Máirtín O Connor (Ierland), Carl Erik Lundgaard Jensen (Denemarken), Ricardo Tesi (Italië), Alain Pennec (Frankrijk), maar ook goede Nederlandse artiesten, waarvan ik noem Jet Zoon, een jeugdig fenomeen, waarvan het door haarzelf gecomponeerde "Zooi op Zolder" via nevenstaande links kan worden beluisterd en de groep Pot, van Lienen en Baumgarten. Zie de pagina Links voor de links naar deze artiesten. Geboeid werd ik door de Cajun-muziek, waarin de trekharmonica (de eenrijer, ook wel melodeon genoemd) een centrale rol speelt. Muziek uit het hart, ongepolijst, eerlijk. Muziek die je beter gaat begrijpen als je iets afweet van de historie van de mensen die deze muziek maken: Frans sprekende Acadianen die vanuit Canada na veel omzwervingen en ontberingen terecht kwamen in de staat Louisiana van de Verenigde Staten van Amerika. Een variant op deze muziek met een sterke creoolse invloed en wat rauwer van aard is de Zydeco. Over beide muziekstijlen is een leuk Nederlands boek geschreven: Cajun & Zydeco, van Alligators tot Zoute Boontjes, waarin ook de geschiedeis en zelfs de keuken van de Acadianen ter sprake komt. Een van de medewerkers aan dit boek is de fotograaf Emile Waagenaar, die een schitterende serie zwart-wit Cajun Portraits heeft gemaakt die werd getoond op de tentoonstelling La joie de la Musique in Lafayette, Louisiana. Ook Nederland heeft een paar uitstekende Cajun-bands: Des Fais Do-Do, de Cajun Company en de Downtown Cajun Band (zie Links). Een andere stijl waarin de trekharmonica volop meedoet is de Tejano of Tex-Mex, een mengelmoes van Texaanse en Mexicaanse muziek, vrolijk van aard en vergelijkbaar met muziek die ook door Rowwen Hèze wordt gemaakt. Een prominent vertolker is Flaco Jimenez. De meest gespeelde muziek op de trekharmonica is dus volksmuziek. Toch heb ik hem daarvoor niet gekocht. Voor mij is de trekharmonica een instrument om muziek mee te maken, muziek die ik mooi vind, in welke stijl dan ook. Van deze muziek maak ik regelmatig bewerkingen voor de trekharmonica. Ik kom hier nog op terug. Meer recente muzikale ontdekkingen zijn Katie Melua, maar haar ragfijne, veelzijdige stemmetje, en de Bluegrass, Amerikaanse volksmuziek met Ierse, Afrikaanse en Engelse invloeden. Ook zo'n pure muziek die met akoustische instrumenten gespeeld wordt. Een belangrijk vertegenwoordiger van deze muziek is de geweldige violiste en zangeres Alison Krauss (winnares van 20 Grammy Awards!) en de band Union Station. Prachtige muziek! Inmiddels heb ik mijn grammofoonplaten en cassettebandjes gedigitaliseeerd, mijn CD's geript en dit alles op een MP3-speler met harde schijf gezet (Archos 504, 80 Gigabyte). En dat heeft er toe geleid dat ik meer naar muziek luister dan vroeger. Ik heb de speler altijd bij mij in de auto en ook op vakantie met de caravan gaat hij mee. 's Avonds luisteren we dan naar een zeer gevarieerd aanbod van muziek. Mooie muziek, immers we hebben hem ooit zelf uitgekozen. Deze toegankelijkheid, maar ook een tweetal boeken van Maarten 't Hart, hebben ook mijn belangstelling voor de klassieke muziek weer aangewakkerd. Vooral voor Mozart. Wat een ongelooflijk genie was deze man!
|
|
||
| © MYCOFUN, 2007 | ||||