Trekharmonica

Naar begin


Tabulatuur





Trekharmonika: Handleiding ...

Système C.A.D.B.

Naar boven


Tabulatuur

In vroegere tijden werd muziek uitsluitend op gehoor aan de nieuwe generatie overgedragen. Toen  in de Middeleeuwen de muziek complexer werd en er ook meer werd samengespeeld, ontstond behoefte aan een vorm van vastlegging van muziek. Zo ontstond het notenschrift, met als resultaat de bladmuziek. Parallel hieraan ontstond een vorm van muzieknotatie die was toegespitst op een bepaald instrument, waarbij de tonen voortbrengende delen (b.v. snaren, toetsen), werden aangeduid met een cijfer of letter. Een bekend voorbeeld is de tabulatuur voor de luit.

Ook voor de trekharmonica werden (veel later!) tabulatuursystemen ontwikkeld. Het bestaan hiervan was voor mij een belangrijke bijkomstigheid toen ik koos voor de trekharmonica als mijn muziekinstrument. Ik hoefde niet per se noten te leren lezen. En inderdaad, het heeft mij geweldig geholpen om thuis te geraken op dit instrument. Sterker nog, zonder tabulatuur was ik er waarschijnlijk niet aan begonnen.

Er zijn al heel wat principiële discussies gevoerd over tabulatuur versus notenschrift. Vaak wordt het notenschrift als superieur beschouwd t.o.v. tabulatuur. Ik kan die mening niet delen. Beide zijn in mijn ogen gelijkwaardige communicatiemiddelen, al moet ik toegeven dat het notenschrift universeler is. Aan de andere kant is tabulatuur, althans voor de trekharmonica, eenduidiger. Op een trekharmonica zitten tonen die zowel geduwd als getrokken kunnen worden gespeeld, een belangrijk gegeven voor een trekharmonica i.v.m. het karakter van de te spelen melodie. Tabulatuur geeft dit duidelijk aan, notenschrift niet.

Het meest bekend is misschien wel het systeem zoals toegepast in de Sneeker Trekzakboeken (inmiddels ook uitgebracht in notenschrift), het zogenaamde cijferschrift, waarvan bijgaand een voorbeeld. De knoppen van het instrument zijn genummerd. Wel of niet onderstreept is geduwd of getrokken en, bij de tweerijer, is wel of niet tussen haakjes de binnen- of de buitenrij. Door middel van verticale streepjes wordt in een maat de nootlengte aangegeven. Ook de bassen worden met cijfers aangegeven. Soms wordt met letters de vingerzetting aangegeven.

Hierop gelijkend is de Groesbeekse notatie (van Mark Söhngen), met het verschil dat ook het notenschrift wordt weergegeven, waaruit vooral de nootlengte kan worden afgelezen, en dat de bassen met letters worden aangeduid.

Het lesboek van Joop van Doorn gebruikt een wat ander systeem, dat veel wordt toegepast. Het notenschrift wordt weergegeven met daaronder de tabulatuur. De knoppen zijn weer genummerd zoals aangegeven op de vorige pagina, met een accent voor de knoppen op de binnenrij. De knopcijfers van de noten die moeten worden geduwd staan boven de streep en van de noten die moeten worden getrokken onder de streep. De bassen worden aangegeven met een hoofdletter, b.v. C (grondbas C, akkoord c), Dm (grondbas D, akkoord dm). Deze notatiewijze wordt gegenereerd met een algemeen muzieknotatieprogramma (noten), waaraan handmatig de tabulatuur wordt toegevoegd. Notenschrift en tabulatuur zijn niet geïntegreerd. Deze notatiewijze is voor wat betreft de begeleiding niet nauwkeurig. Niet wordt aangegeven wat de nootlengte is van de bassen, terwijl die in sommige stukken best belangrijk is. Ook worden bij het afspelen van de melodie de bassen niet ten gehore gebracht.

Geleidelijk aan kreeg ik zelf behoefte aan een muzieknotatieprogramma. Ik wilde bij het instuderen van een nieuwe melodie deze ten gehore kunnen brengen (in het computergeluid MIDI), inclusief de begeleiding, teneinde hem beter in mij op te kunnen nemen. Verder wilde ik dat notenschrift en tabulatuur zouden zijn geïntegreerd, waarmee ik bedoel dat je tabulatuur kunt invoeren en dan de noten erbij krijgt en omgekeerd. Ook wilde ik op gehoor muziekjes voor de trekharmonica kunnen bewerken en op bladmuziek zetten.

Zo'n prgramma bleek te bestaan: TablEdit. Op de volgende pagina kom ik hier op terug. Een typisch stukje bladmuziek in TablEdit ziet er, tijdens het genereren ervan, als volgt uit:

De symboliek (cijfers en letters) is zoals hiervoor al besproken (D=Duw, T-Trek). Ook de vingerzetting kan worden weergegeven met cijfers (boven de notenbalk met de cijfers van 1-4 voor de wijsvinger-pink). Je kunt kiezen voor noten- of tabulatuurinvoer. Let wel: de bassen worden apart ingevoerd (inclusief de nootlengte) en bij het afspelen ook ten gehore gebracht. Als de bladmuziek wordt afgedrukt worden de bij de bassen behorende noten niet meegenomen.

Het tabulatuursysteem zoals toegepast in TablEdit wordt wel aangegeven met Tablatures Système Universel, of Système C.A.D.B. (Collectif Accordeon Diatonique de Bretagne).



Mijn muziek

De trekharmonica

Tabulatuur

TablEdit

Bladmuziek

Bezienswaardigheden

Wetenswaardigheden

Links






Naar begin
© MYCOFUN, 2007